Ecologisch Leven en Tuinieren

prijs_button
Het grootste natuurreservaat: Ken Thompson over Wildlife gardening PDF Afdrukken E-mail

wildlife_webDiverse soorten spinnen en slakken, een kolonie rupsen, een kever, enkele mieren en bladluizen kruipen, hangen, sluipen of eten in de tuin. Een late hommel puurt nectar uit de bloemen van de Oost-Indische kers. Het heet Wildlife gardening: tuinieren met aandacht voor het dierenrijk en biodiversiteit. En de kans is groot dat jij het al doet.

(foto: Bart Coenen)

Bioloog Ken Thompson verrichtte baanbrekend onderzoek naar de biodiversiteit in tuinen in stedelijk gebied. De resultaten toonden aan dat er geen kwalitatief verschil is tussen kleine en grote tuinen en dat dieren worden aangetrokken door uitheemse en inheemse planten. Wildlife gardening is gemakkelijker, goedkoper en leuker dan de meesten denken. Op 1 oktober was Ken Thompson, die het boek No Nettles Required schreef, in Kortrijk en maakte hij even tijd voor ons.

In je presentatie benadrukte je dat tuinen in stedelijk gebied geen ecologische woestijnen zijn.
Ken Thompson: ‘Heel wat mensen hebben onbewust een geïdealiseerd beeld van het platteland. Jammer genoeg ziet het grootste deel van het platteland er niet zo ideaal uit. Neem het landbouwgebied, dat bestaat hoofdzakelijk uit monoculturen. Die zijn erg slecht voor de biodiversiteit. Uit recent onderzoek blijkt dat een plant in stedelijk groen gebied meer zaden produceert dan dezelfde plant in een door monocultuur overheerste agrarische omgeving. De verklaring hiervoor is dat er in stedelijke omgevingen veel meer bestuivers zijn.’

Een volgende misvatting is dat alleen grote tuinen goed zouden zijn voor het wildleven.
Ken Thompson: ‘Een kleine tuin gedraagt zich als een deel van een grotere tuin. Als je een klein deel van een habitat selecteert, vind je hetzelfde aantal soorten en individuen per deel als in een groter deel van een habitat. De verklaring hiervoor is dat insecten, spinnen en slakken niet op dezelfde manier als jij en ik tegenover eigendom staan. Voor ons is het moeilijk om niet naar de wereld te kijken als verdeeld in twee delen: mijn tuin en die van alle anderen. De dieren zijn zich hiervan niet bewust. Een heg vertegenwoordigt vanuit hun perspectief geen scheiding, maar is gewoon een ander stuk leefruimte. Vergeet dus die vooroordelen over de grootte van een tuin. Je inspanningen om leven aan te trekken worden in een kleine tuin even hard beloond als in een grote.’

In je boek focus je vooral op ongewervelden (o.a. insecten). Waarom?
‘In de eerste plaats omdat je gewoon veel meer van die soorten zult vinden in je tuin. Ik wil tuiniers tonen dat ze het al heel goed doen en dat ze met enkele kleine inspanningen grote dingen kunnen doen voor de biodiversiteit in hun tuin. Voor de overgrote meerderheid van de ongewervelden is jouw tuin het universum waar ze geboren worden, leven en sterven. Insecten en andere ongewervelden zijn de barometer voor een gezonde tuin. Zelfs als je niet van deze dieren houdt, blijven ze het voedsel voor de grotere dieren. Nu kun je kiezen: ofwel beschouw je ze allemaal als een te verdelgen plaag, ofwel omarm je ze, moedig je ze aan en geniet je van al het leven in je tuin.’

Het beste wat je kunt doen voor meer biodiversiteit in je tuin is een spontaan opgekomen boom met rust te laten, schrijf je in je boek.
Ken Thompson: ‘Bomen en struiken zijn essentieel. Ze verschaffen voeding en leefruimte voor de planteneters aan de basis van de voedselketen. Daarop steunt al de rest, inclusief de grotere dieren. Tuinen zonder bomen en struiken zijn nagenoeg tweedimensionaal. Bomen maken je tuin kubusvormig en dus veel groter. Ze voegen letterlijk een extra dimensie toe aan je tuin en vergroten het volume leefruimte dat beschikbaar is voor het leven in je tuin.'

Je veroorzaakte regelmatig ophef bij het publiek in de zaal. Door private tuinen het grootste natuurreservaat te noemen bijvoorbeeld.
Ken Thompson: ‘Waarschijnlijk zijn ze dat allemaal bij elkaar ook. En het beste eraan is dat het leven in tuinen is waar het moet zijn: bij de mensen, zodat ze het kunnen herkennen, waarderen en ervan genieten. Waarom zeg ik dat? Omdat ander beschikbaar groen niet altijd het beste resultaat geeft als je mensen opnieuw aansluiting wilt laten vinden bij de natuur. Een tuin is je eigen natuurreservaat, vlakbij de deur. Er is nooit een toegangsverbod, je kunt er een hechte relatie ontwikkelen met het aanwezige leven en het zien veranderen doorheen de seizoenen.’

Tekst: Bart Coenen

(Deze tekst is een ingekorte versie van een artikel dat verscheen in Seizoenen nr. 6, 2009)

 



 
< Vorige   Volgende >

© Velt vzw, 2008
Uitbreidingstraat 392c, 2600 Berchem - 03 281 74 75 - info@velt.be