Dries De Wilde studeerde vorig jaar af als historicus aan de Universiteit Gent. Hij schreef een interessante masterproef over de beginjaren van Velt. Hiervoor interviewde hij Jan Heyman, Daniel Willaeys, Fernand Verheughe en professor Ludo Verdonck.

 
“Jezelf een vraag stellen; daarmee begint verzet en dan die vraag aan een ander stellen” -
de woorden van dichter Remco Campert passen perfect binnen de geschiedenis van de biologische landbouw. Al voor de Eerste Wereldoorlog begonnen mensen zich de consequenties van de industriële landbouw op mens en aarde in vraag te stellen. Wetenschappers uit Engelstalige en Duitstalige gebieden veroordeelden de industriële landbouw en ontwikkelden nieuwe landbouwvormen als alternatief. Deze landbouwvormen zullen vanaf 1960-70 eengemaakt werden onder de noemer 'biologische landbouw' en een sterke groei kennen dankzij het ontstaan van de ecologische beweging.

Bij het onderzoeken naar het ontstaan van de biologische landbouw in Vlaanderen valt op dat er op wetenschappelijke gebied maar weinig wetenschappelijke literatuur voorhanden is. Met mijn onderzoek naar Velt heb ik geprobeerd deze leegte op te vullen. Waarom precies Velt is een vaak gestelde vraag. Een vraag waarop professor emeritus Ludo Verdonck een perfect antwoord geeft “er was namelijk maar één organisatie die voor de biologische landbouw streed in Vlaanderen”. Mijn onderzoek wijst onder meer uit dat de geschiedenis van Velt en de opkomst van de biologische landbouw in Vlaanderen hand in hand gaan.

Een geschiedenis van Velt en de biolandbouw in Vlaanderen tot 1995

De geschiedenis van Velt gaat terug tot in de jaren 60. Velt-pioniers Omer Vandeursen, Jules Victor en Georges Bouvry besloten na een lange en diverse literaire studie om in 1962 de proef op de som te nemen op hun proefveld in het Zonnebloemhof te Pittem. Het Zonnebloemhof werd het centrum van de vereniging ‘Vrienden voor de Biologische Land- en Tuinbouw’ die opgericht werd in 1971. De VBLT was hiermee de eerste organisatie in Vlaanderen die als doelstelling had om de biologische landbouw in Vlaanderen te bevorderen en te verenigen. De nieuwe vereniging kon teren op het aanwezig ongenoegen over de gangbare landbouw in Vlaanderen en had na twee jaar al meer dan 1000 leden.

Het succes van de VBLT inspireerde de pioniers om in 1974 de ‘Vereniging voor Ecologische Land- en Tuinbouw’ op te richten, later gekend onder de naam ‘Vereniging voor Ecologische Leven en Tuinieren’ of beter gezegd VELT. Door de nadruk te leggen op het ecologische aspect integreerde de nieuwe sociale beweging ‘Velt’ niet alleen amateur- en beroepstelers, maar ook iedereen die geëngageerd was voor het milieu. De vereniging toonde met andere woorden dat ze naar meer streefde dan enkel biologische landbouw, al zagen we dat de amateurtelers in die tijd vaker niet dan wel te vinden waren voor het breder omvattende ecologische aspect.

Velt-lastenboek

Ondanks de kritiek van de amateur- op de beroepstelers en de strubbelingen tussen de bestuursraad en de vaste medewerkers was de heterogeniteit over het algemeen meer een zegen dan een vloek. De brede werking zorgde er immers voor dat vele mensen zich aansloten bij de vereniging – zo telde Velt in 1979 al meer dan 8000 leden. Het hoge ledental en de inkomsten uit lidgelden zorgden ervoor dat Velt massaal kon investeren in de biologische beroepssector in de jaren ‘70; zo verenigde Velt de biologische telers (Velt-telers), richtte het een Velt-lastenboek (waarmee Velt als eerste de principes van de biologische landbouw in Vlaanderen vastlegde), een Velt-label, een Velt-labo en een Velt-coöperatieve (Veltco) op.

Met deze initiatieven speelde Velt een absolute pioniersrol aangaande de biologische landbouw in Vlaanderen. Elk van bovenstaande initiatieven, uitgezonderd Veltco, ontwikkelden zich sterk in de biologische landbouwsector. Met betrekking tot de biologische telers zelf slaagden slechts enkelingen zoals Albric Spillebeen er in om van hun beroep te leven. Hoeveel biologische telers er in totaal waren in deze vroege periode kunnen we niet bepalen. Wel kunnen we dankzij Velt dichter bij de waarheid komen. In 1977 ondertekenden reeds 20 telers het Velt-lastenboek.

Focus op bioconsument

Begin jaren ’80 bouwde Velt zich om naar een socio-culturele vereniging om aanspraak te maken op overheidssubsidies. De erkenning die Velt zou krijgen in 1984 was noodzakelijk voor zowel het voortleven van de vereniging als de biologische landbouw in Vlaanderen. Dankzij de subsidiëring was Velt in staat om zowel de biologische landbouw in Vlaanderen als haar positie daarin te versterken – zo was Velt onder meer de motor achter de oprichting van Biogarantie en BLIK in 1987, twee cruciale organisaties binnen de biologische landbouw in Vlaanderen.

Naast de medewerking van Velt zagen we ook dat de vereniging een deel van haar oorspronkelijke taken verloor: de biologische telers verenigden zich in Belbior in 1981 en de Velt-Diensten waartoe het Velt-labo behoorde, scheidden zich af en richtten CLOBILA op. Ondanks dat het een deel van haar oorspronkelijke taken verloor, bleef Velt de stuwende kracht achter de biologische landbouw in Vlaanderen (België).

Eind jaren ‘80 besloot Velt om een nieuwe weg in te slaan en de focus van de bioproducent op de bioconsument te leggen. VELT had immers begrepen dat de wat raar bekeken biologische consument van de jaren ‘70, in de jaren ‘80 een ecologische consument was geworden voor wie ecologie stond voor een globale ‘way of life’. Om deze zelfbewuste biologische consument naar behoren te dienen, zal Velt een garantieorganisme oprichten (Velt-garantie). Het succes van de vereniging lag dus niet alleen aan de subsidiëring, maar ook aan de brede werking van de vereniging zelf. Haar wil tot aanpassen en haar hoge mate van heterogeniteit stelden Velt in staat om mee te deinen op de actuele golven binnen de maatschappij. 

Zo was de ombouw van Velt tot een consumentenorganisatie een logisch antwoord op de groeiende vraag naar een gegarandeerd aanbod van biologische producten en naar belangenverdediging van consumenten. De vele voedselcrisissen eind de jaren ‘90 hadden ook in Vlaanderen de biologische landbouw uit het sfeertje van marginaliteit gehaald en mensen wakker geschud. Om te verhinderen dat de maatschappij zich wat voedselveiligheid (-duurzaamheid) betreft terug in slaap  laat wiegen, blijft Velt vragen stellen en vervult zo tot op de dag van vandaag haar cruciale rol in onze maatschappij.

(C) Tekst: Dries De Wilde, foto: Swa De Heel