Lees ook: BioForum reageert op artikel Stijn Bruers in EOS. Velt steunt de reactie van BioForum.

 

Bioloog Olivier Honnay (KU Leuven) stelt in De Standaard dat er geen ruimte is voor biolandbouw in Vlaanderen. Zijn redenering is gebaseerd op de foute veronderstelling dat meer produceren noodzakelijk is.

In de krant De Standaard van 18 januari geeft bioloog Honnay zijn mening over de prestaties van biolandbouw: "Bio is niet de juiste strategie om zo veel mogelijk voedsel op een zo klein mogelijk oppervlak te produceren". De redenering van Honnay is gebaseerd op twee foute veronderstellingen.

Voedselzekerheid is politiek probleem

De redenering gaat als volgt: er is honger in de wereld, dus de voedselproductie moet omhoog, dus we moeten kiezen voor een landbouw die een zo hoog mogelijke output realiseert. Deze veronderstelling is kortzichtig. De wereldhongerproblematiek is erg complex en een van de factoren die meespelen, is armoede. Onderzoekers en organisaties hebben er al vaak op gewezen: méér voedsel produceren neemt de honger niet weg van wie dat voedsel niet kan kopen. Voor wie een beeld wil krijgen van de verschillende gezichten en redenen van honger in de wereld, is het boek Honger van Martin Caparros een aanrader.

Meer opbrengst: gezonde bodems

Biologische of agro-ecologische landbouw zou tot 20% minder opbrengst realiseren. Het Rodale Institute (dat al meer dan 30 jaar investeert in vergelijkend praktijkonderzoek) concludeert nochtans dat de biologische landbouwpraktijken een gelijkaardige opbrengst leveren als de intensieve landbouw die gebaseerd is op kunstmest en chemische pesticiden.

Meer nog, juist omdat de biologische landbouw investeert in een veerkrachtige, gezonde bodem, is de biologische landbouw meer dan de gangbare in staat om bij moeilijke weersomstandigheden te zorgen voor meer opbrengst. Het is maar één voorbeeld van hoe een agro-ecologische landbouw samenwerkt met de natuur en daar profijt uit haalt: een gezonde bodem is geen dode massa, maar een reservoir van miljarden kleine organismen. Samen vormen zij een bodemvoedselweb dat in staat is om water vast te houden zodat het bij (extreme) droogte langer beschikbaar blijft voor de gewassen. Voor wie zich afvraagt waarom er in bio toch vaak sprake is van lagere opbrengsten: een bodem waarin het bodemleven te lijden heeft gehad onder kunstmest en pesticiden heeft tijd nodig om zich te herstellen. Reken op minstens 8 jaar om een zieke bodem terug te brengen naar een aanvaardbare basisconditie.

Agro-ecologie in het zuiden

Men vergelijkt doorgaans de biologische landbouw met de Westerse intensieve landbouw op basis van veel (kostelijke) inputs zoals kunstmest en pesticiden. Maak vooral niet de fout te denken dat biologisch slechter scoort dan de niet-biologische landbouw in het zuiden waar kunstmest en pesticiden vaak niet voorhanden zijn. Anders gezegd: indien de in bio gebruikelijk agro-ecologische technieken worden toegepast, kan het zuiden zijn bodems rijker maken en opbrengsten flink doen toenemen. Daar zijn dus geen intensieve, milieubelastende en kostelijke landbouwpraktijken voor nodig. Honnay zijn redenering, die gebaseerd is op de noodzaak om meer te produceren en om vooral niet te kiezen voor bio, valt dus in duigen. Er is hoegenaamd geen reden om het regenwoud te kappen en die biodiversiteit verloren te laten gaan om de mensheid te voeden.

FAO pleit ook voor ommezwaai

De wereldvoedselproblematiek is dermate complex en taai dat het FAO een bijzondere gezant voor voedselzekerheid in zijn rangen telt. Professor Olivier De Schutter, die deze functie gedurende twee ambtstermijnen op zich nam, pleit sindsdien samen met het wetenschappelijk instituut IPES voor een agro-ecologische aanpak. Het FAO volgt hem daarin. Dat betekent een drastische ommezwaai van het huidige landbouw- en voedselsysteem.

Samengevat houdt deze aanpak in:

  • dat voedsel geproduceerd wordt waar het nodig is, dus meer in het zuiden en minder in het noorden,
  • dat voedsel geproduceerd wordt op een zo ecologisch mogelijke manier en met zorg voor de bodem
  • met respect voor de lokale kennis
  • gebruikmakend van de lokale rassen
  • met een respectvolle vergoeding voor de boeren die aan de grondslag liggen van alle voedsel.

Om zoveel mogelijk mensen te voeden, hoeven we dus niet zo veel mogelijk te produceren op een zo klein mogelijk oppervlak, want dan put je de bodem verder uit en maak je voedselproductie op lange termijn onmogelijk.

Conclusie

Nu we verlost zijn van de druk om de wereld te voeden vanuit Vlaanderen, kunnen we ons buigen over wat Vlaanderen nodig heeft. Honnay erkent dat de gangbare landbouw een "onaanvaardbare druk zet op de milieukwaliteit en de biodiversiteit". De belangrijkste oorzaak daarvan, stelt Honnay, is het overmatige gebruik van kunstmeststoffen die in het oppervlaktewater, de bodem en zelfs de atmosfeer terechtkomen.

In de biologische landbouw is kunstmest echter niet toegelaten. We kunnen dus onze karige natuurgebieden behouden. En via slimme samenwerkingen met bioboeren kan de begrazing van deze gebieden zelfs zorgen voor extra voedselproductie én meer biodiversiteit. En heus, er is ruimte voor bio in Vlaanderen. Als we willen, kunnen we de Vlaamse landbouw omschakelen naar bio. Dan halen we die ‘onaanvaardbare druk’ op het milieu weg. Moeten we angst hebben voor honger in Vlaanderen? Gezien de Europese import en export die gebruikelijk is in heel de voedingssector, nee. Blijft nog het economische vraagstuk, een ander argument dat vaak wordt aangehaald om vooral in te blijven zetten op een hoge productie. Alsof de afgelopen jaren niet al voldoende hebben bewezen dat een hoge productie niet garant staat voor een leefbaar inkomen voor de boer.

Ook hier in Vlaanderen is een agro-ecologische omslag hoogdringend.

* * *

Deze tekst is een reactie van BioForum Vlaanderen, de de sectororganisatie van de biologische landbouw en voeding, op de recente discussie in de pers over de duurzaamheid van biologische veeteelt en landbouw.

(C) Foto: Kjell Gryspeert (voor BioForum Vlaanderen)