Planten doe je maar een keer, dus maak er je werk van. Plant op het juiste moment, zorg dat je boom voldoende ruimte heeft en zie toe op een goede nazorg.

Het juiste moment

Fruitbomen kun je planten van november tot eind maart, wanneer ze in rust zijn. De beste periode is november, na het vallen van het blad. Perziken en abrikozen vormen hierop een uitzondering. Deze bomen plant je pas in maart omdat de jonge bomen vorstgevoelig zijn. Kies voor het planten een rustige, bewolkte dag. Vermijd vorst en plant nooit na dagen van onophoudelijke regen wanneer de bodem volledig met water verzadigd is.

Hoeveel ruimte hebben ze nodig?

Neem de plantafstand ruim genoeg. Het heeft absoluut geen zin om een fruitboom te planten die dan later niet over voldoende ruimte beschikt. Een fruitboom die je jaarlijks zeer kort moet terugsnoeien, is niet gelukkig en levert weinig vruchten op. Let op, deze plantafstanden variëren naargelang de fruitsoort. Een hoogstam walnoot wordt meer dan 15 m breed, terwijl een hoogstam perzik maar 8 m breed wordt.

  Hoogstam Halfstam Laagstam Leifruit Fruithaag Kolomboom
Plantafstand/breedte 8 a 12 m 5 a 8 m 2 a 4 m 0,4 a 2 m 0,5 a 1 m 0,3 a 0,4 m

Hou je buren te vriend!

Bij het planten van bomen en struiken in je tuin, moet je rekening houden met een aantal wettelijke regels. Tenzij je met je buren een andere overeenkomst hebt, mag je een boom niet dichter dan 2 m van de erfgrens planten. Voor een haag geldt een minimale afstand van 0,5 m tot de erfgrens. Plant je samen met de buren een haag op de erfgrens of gaan ze akkoord met een boom op een kleinere afstand, leg de overeenkomst dan voor alle zekerheid schriftelijk vast. Zo is er later geen discussie mogelijk. Zelfs als je de wettelijke afstanden respecteert, is het toch een goed idee om je plannen even met je buren te bespreken.

De put graven

Net voor het planten, graaf je een put waarin de wortels van het plantgoed voldoende ruimte hebben. Het plantgat zal dan ongeveer 50 x 50 x 50 cm groot zijn.  Controleer met een spade tot op ongeveer 70 cm of er een storende laag van stenen of een verdichte laag aanwezig is. Die moet je verwijderen of doorbreken met een spitvork.  Plant je een laagstam in een klei- of zandbodem? Meng dan twee emmers compost door de uitgegraven grond.

Een jonge boom heeft nood aan steun

In het plantgat plaats je eerst een steunpaal en daarna de fruitboom om beschadiging aan de wortels te voorkomen. Zet de steunpaal ongeveer 10 cm van de boom aan de kant van de overheersende windrichting (doorgaans ten westen). Zo blaast de wind de boom van de paal weg en ontstaan er minder schuurwonden. Drijf de steunpaal in de grond, Voor hoog- en halfstammen verwijder je de palen na drie of vier jaar. Laagstammen hebben hun hele leven lang steun nodig, dus je verwijdert hem nooit.  .

Planten

Zodra de paal er staat, knip je bij de fruitboom de wortels af die beschadigd zijn bij het rooien. Spreid de overige wortels goed uit over het plantgat. Plant de boom altijd iets hoger dan gewenst want zodra de aarde zich zet, zakt de boom enkele centimeters.  Net boven de wortels vind je doorgaans een knobbel (entknobbel).  Plaats deze entknobbel nooit onder de grond! Anders vormt de bovenstam wortels en krijg je een heel andere boom dan dat je kocht!  Bij het opvullen van het plantgat, schud je de fruitboom licht op en neer zodat de aarde zich tussen de wortels verspreidt.  Trap na het opvullen de aarde zeer lichtjes aan. Doe dit steeds voordat je water geeft.

 

Bijna klaar

Om af te werken bind je ten slotte de fruitboom aan de steunpaal vast met behulp van een boomband. Gebruik hiervoor een brede en elastische band. Bind de band in een achtvorm zodat de boom niet tegen de paal schuurt en span hem niet te hard aan om insnoering te voorkomen.  Na het planten dien je ongeveer een volle of een halve emmer water toe. Vergeet het ras en de info over de onderstam niet op te schrijven!

(C) Foto's: Jolijn Degrande