Je bent hier:

Lentekeuken

Lentebrunch en koffie slenteren

Reacties (0)

Wakker worden zonder wekker op een zonnige zondagochtend. Het raam opendoen en vrolijk worden van de frisse lentelucht. Koffie zetten. Een paar dikke truien,  dikke sokken en schoenen aantrekken boven je pyjama en goed ingeduffeld met een volle tas koffie de deur uit gaan voor een ochtendwandeling in de tuin of naar de bakker om verse croissants. Het is nog koud in het begin van de lente, maar de koffie zorgt voor gezelligheid en houdt je handen warm.

Als kok haal ik mijn inspiratie voornamelijk uit de tuin. Ik doe niets liever dan al dromend door de tuin te slenteren en te bedenken wat voor lekkers ik allemaal kan klaarmaken met wat er groeit. Elk jaar in het begin van de lente begint de goesting en inspiratie weer te kriebelen, na een lange winterslaap.  In het begin van de lente is het tijd om te zaaien en staat er helaas nog bitter weinig in de moestuin. Al ben ik toch altijd weer verwonderd over wat er allemaal boven de grond komt piepen. Oerprei bijvoorbeeld is een erg lekker gewasje dat lijkt op kleine preitjes of pijpajuin, maar de winter erg goed doorstaat en dus in maart en april een dankbaar ingrediënt in de ecologische keuken.  

Terug binnen is het tijd voor een uitgebreide brunch. Ik ben altijd te vinden voor warme croissants met boter en confituur, zachtgekookte eitjes met soldaatjes, vers fruit en een slaatje van het eerste lentegroen. De nieuwe topper in mijn zondagse brunchformule is echter warme misosoep met seizoensgroenten.  Het is een goed alternatief voor een hartige brunch en een gezonde afwisseling na alle zoetigheid.

Misosoep met lentegroenten

  • 1l water
  • 3 el miso
  • 3 el soyasaus
  • 2 geroosterde sesamolie
  • 1 bussel oerprei  (of pijpajuin) in fijne ringen gesneden
  • 1 bussel radijsjes, gewassen en in partjes gesneden
  • 200 gr shitake
  • 1 wortel  in dunne reepjes gesneden
  • 100 gr soba noedels of gewone pasta

Maak een bouillon van de miso, soyasaus en sesamolie en zet dei op het vuur tot het kookt. Bak ondertussen de shitake met een scheutje sesamolie en kruid met zwarte peper.  Voeg dan de gesneden groentjes, de shitake en de noedels bij de bouillon en laat het geheel nog 5 tot 10 minuutjes doorkoken. Wist je dat oerprei gebakken of gefrituurd ook erg lekker is? Voor de liefhebbers kan je de soep afwerken met gefrituurde oerprei.

Anna Wynants is de kokende kracht achter De keukentafel.

Lentepickles

Reacties (0)

Ook al associeer je inmaken met de herfst, ook met lentegroenten kun je al aan de slag. Koolrabi, bloemkool en radijsjes zijn heerlijke groenten om te picklen. Ze behouden immers goed hun knapperige beet. Pickelen is inmaken op basis van azijn, zout en een beetje suiker. De combinatie  van deze drie zorgt voor een heel veilig en lang bewaarbaar milieu voor tal van groenten.

Met een mooi  etiket en lint, heb je bovendien meteen een heel leuk cadeautje. Dus gooi die lege bokalen nooit meer weg en laat die overdaad aan oogst niet verpieteren.

Hoe ga je te werk?

Breng voor het vullen van een ½ bokaal 200 ml fijne azijn, 100 ml water, 0,5 el rietsuiker (of ander zoet) en specerijen naar keus aan de kook (de combi suiker-azijn is een anti-bederf toverformule!). Neem een 500g gesneden rauwe groentjes naar keus en masseer die goed in met 0,5 el zout.

Laat minstens een uur rusten. Het zout zorgt voor een soort ‘garing’ of ‘vertering’ en zal het vocht aan de groenten onttrekken wat nodig is wil de azijn naar behoren zijn werk kunnen doen. Maak je bokalen brandschoon (soda is een ecologisch en probaat middel). Vul de bokaal met de groenten, druk stevig aan en giet de hete kruidenazijn erover.

Sluit af en draai de bokaal om op het deksel. Laat staan tot de bokalen zijn afgekoeld. Het deksel zal nu ‘ingeklikt’ zijn. Er zit geen lucht meer in de bokalen wat bederf tegengaat. Je kan de groenten op die manier minstens een jaar bewaren op een droge donkere plek. Let op: Als na dit proces de bokaal wel nog klikt als je erop duwt, is de bokaal niet luchtdicht en kan je de groenten niet degusteren! Zuurstof zorgt immers voor bederf. Doe dus steeds de kliktest.

Lekkere combinaties zijn: bloemkool-curcuma-mosterdzaad, radijs-venkelzaad-lenteuitjes, koolrabi-gember-koriander maar experimenteer zeker zelf met smaakcombinaties.

(C) Foto: Leentje Speybroeck

Fabuleuze aardbeiensorbet

Reacties (0)

Ah, aardbeientijd. Deze snoepjes van de natuur hebben eigenlijk geen recept nodig om ze lekker te maken. Zo uit het vuistje smaken ze op hun best. Toch waagde ik me deze keer aan een experimentje want met de komst van de lente is ook de ijsjestijd weer aangebroken en laat aardbeienijs nu net één van mijn favorieten zijn.

Omdat ijs het lekkerst is als het luchtig en smeuïg is, gebruikte ik een bijzonder ingrediënt! Wist je dat het ingekookte kookvocht van kikkererwten een heerlijke eiwitvervanger is? Ik zie er al een paar hun neus optrekken voor dit peulvruchtennat maar dat is nochtans nergens voor nodig. Met dit plantaardige eiwitrijke vocht maak je in een wip merengues, ijs, sorbet, chocomousse of luchtige koekjes. Het enige wat je moet doen is het kookvocht van je kikkererwten inkoken tot de helft. Voeg geen zout toe aan het water. Klop het verder op zoals gewoon eiwit. Smullen maar!

Aquafabuleuze aardbeiensorbet!

Nodig voor een halve liter sorbet

  • 400 g biologische aardbeien
  • 150 ml aquafaba
  • 1 el ahornsiroop (of iets meer afhankelijk van de zoetheid van je aardbeien)
  • sap en zeste van een halve citroen

Verwijder de kroontjes van de aardbeien. Als de aardbeien niet vuil zijn, was je ze beter niet. Ze slorpen immers veel water op en dat is zonde van de smaak. Mix de aardbeien met de zeste en sap van de halve citroen en de ahornsiroop

Klop de aquafaba opzoals je eiwit opklopt. Dit duurt wel iets langer dan bij gewoon eiwit. Schep het aquafabaschuim voorzichtig onder de gemixte aardbeien. Vries in. Roer het eerste uur elke 15 minuten het ijs even om zodat je geen kristalvorming krijgt.

Uiteraard kan je de aardbeien vervangen door een andere fruitsoort. Probeer de komende zomer zeker ook eens met frambozen, perzik, pruim of abrikoos. Je kan ook wat versnipperde tuinkruiden toevoegen als munt, citroenmelisse of basilicum voor een bijzonder accent!

Lentepowerfood recht uit de natuur

Reacties (0)

Daar springen die eerste frisse groene scheuten op uit de aarde van bos en veld, de boomtakken buigen onder de bloesems en zachte, tere boomblaadjes ontvouwen.  We zetten de ramen open om ons huis eens goed te laten uitwaaien, hangen de winterjassen weg en lentekleedjes sieren de wasdraad. En voor sommigen is het ook een grote specialiteitensupermarkt die na de rustperiode in de winter weer de deuren opent. Want al dat lentegroen is niet enkel een lust voor oog en neus, ook de smaakpapillen worden er door verwend.

Dit is één van de mooiste wildplukmomenten van het jaar: een goede reden om op zoek te gaan naar lekkers in je eigen tuin of langs de bosrand. Met een goede determinatiegids of iemand die veel van planten kent, een mes en wat potjes in een stevige tas of mand kom je al een heel eind. Begin met de planten die je al kent en voeg daar elk jaar een paar nieuwe aan toe.

Maar waarom zou je dat doen, koken met lenteonkruid? Omdat al dat lekkers daar gratis en voor niets groeit! Omdat je dat onkruid uit de tuin beter oogst en gebruikt dan wiedt en weggooit. Omdat het een bron van nieuwe smaken, andere voedingsstoffen en verschillende vormen op je bord is. En omdat deze planten bulken van de vitaminen, mineralen en bioactieve stoffen – echt powerfood uit de natuur. Meer dan redenen genoeg!

Je kent vast al brandnetelsoep, een salade met paardenbloem, vlierbloesemsiroop, rozengelei en bramentaart.. Maar de mogelijkheden zijn eindeloos eens je wat meer planten kent. Elke wiedsessie of wandeling belooft een waar feestmaal achteraf. Probeer je deze lente deze recepten eens?

Frisse lenterecepten:

Pesto van bos-en veldkruiden

Tijdens een korte wandeling in bos of veld sprokkel je zo de basisingrediënten voor een smakelijke pesto. Pluk wat je tegenkomt: look-zonder-look, daslook, zevenblad, hondsdraf, dovenetel, brandnetel, veldkers of pinksterbloem. Was grondig, stop in een blender met wat zout, en mix glad met een plantaardige olie naar keuze. Je kan ook wat hazelnoten of pijnboompitten en grana padano, of wat citroensap aan toevoegen. Maar gewoon puur natuur komen de smaken er het beste uit. Heerlijk bij een volkorenpastapasta, om brood in te dippen, over je hummus of in je soep.

Verse kaas met oxalis

Eenvoud siert. Deze verse kaas met oxalis kan je amper een recept noemen, maar het is  werkelijk godenvoedsel. Pluk wat oxalis (klaverzuring) in het bos, was en snij fijn. Snipper wat lookstelen fijn, meng alles met volle verse kaas en wat geplette peper. Zalig bij een salade, op zuurdesembrood, of gewoon zo. Recht uit de kom in de mond.

Kruiden- en bloemenboter

Bloemen en zachte groene delen van planten komen mooi tot hun recht in kruiden- en bloemenboters. Kijk wat het seizoen te bieden heeft. Het recept is eenvoudig 9 delen boter op 1 deel planten, met toevoeging van zout, en naar wens een beetje peper, andere kruiden of specerijen of een paar druppels citroensap. De boter is heerlijk op een stuk goed brood, een gepofte aardappel, of om gerechten aan te stoven.

  • Pinksterbloem, mosterd, koolzaad, veldkers, barbarakruid    peperig, pittig
  • Hondsdraf, wilde tijm, wilde oregano                aromatisch, gekruid
  • Look-zonder-look en zevenblad                    look, gekruid

Saladerolletjes van zachte lindeblaadjes

100gr boekweitrisotto van bv de laatste pompoenen - 20 gr hazelnoot - 30 gr verse kruiden - 1 el honing

Oogst de zachte vers ontloken blaadjes van fijnbladige linde (Tilia cordata) of grootbladige linde (Tilia platyphyllos). Lindeblaadjes zijn heerlijk zacht en zoet in dit stadium. Je kan ze vullen met restjes van gisteren om ze mee te nemen als lunch, of met pompoenrisotto met verse wilde kruiden (denk: hondsdraf

Brandnetel-gierstrisotto

300 gr gierst - 1 l bouillon - 2 el boter of plantaardige ghee - 2 sjalotjes - 2 looktenen - een vergiet vol brandneteltoppen - nootmuskaat - peper en zout - parmezaan

Oogst frisse verse brandneteltopjes en spoel ze goed af onder heet water. Nu zou het niet meer zo mogen prikken. Snij de netels fijn.Snipper de sjalotje en lookteentjes en laat ze met wat zout glazig en geurig worden in de boter. Voeg dan de gierst toe en laat nog even meestoven. Dan voeg je beetje bij beetje de bouillon toe onder vaak roeren en alle bouillon op is. Voeg de netels, peper, zout, nootmuskaat en parmezaan naar smaak toe. Laat nog twee minuten rusten en serveer.  

De tien wildplukgeboden

Werk je niet met onkruiden uit je eigen tuin? Let dan zeker op de volgende spelregels!

  • Pluk geen beschermde planten tenzij je ze zelf kweekt. (daslook!!)
  • Pluk niet meer dan een derde van een plant of kolonie om zo het voortbestaan te garanderen.
  • Verstoor de omgeving niet en laat wat over voor de dieren die hier wonen.
  • Vraag de eigenaar van de grond om toestemming.
  • Weet waar je plukt. Was hier historische vervuiling? Zitten er veel vossen in dit gebied?
  • Alles wat in je mand en mond gaat, moet met 100% zekerheid zijn gedetermineerd. Twijfel je? Neem geen risico en laat de plant staan.
  • Oogst je wilde planten? Neem je dan ook het afval uit het bos mee? Een kleine moeite toch?
  • Grow your own. Onkruid dat je vaak gebruikt kan je ook in de tuin zetten.
  • Was je wilde oogst steeds goed in water met een schep zout en/of azijn.
  • Neem nooit meer mee dan je nu voor eigen gebruik nodig hebt. De natuur is niet eindeloos.

Natalie Schrauwen is de kokende kracht achter ‘Les Odettes’

Vers groen uit de serre of kas

Reacties (0)

Ah! Daar is de lente, daar is de zon. Daar is vooral het licht ook! De goesting om weer in de tuin te gaan werken. Maar als je nu, bij het begin van de lente, pas in actie schiet in je tuin en serre, valt er nog niet veel te oogsten. Dan ben je slachtoffer van wat ze in het Engels the hungry gap noemen, de periode tussen januari en april waarin de moestuin traditiegetrouw weinig opbrengt en de voorraad uit je kelder slinkt. Gelukkig bestaat er dan in onze samenleving nog zoiets als een winkel met verse producten, zodat je niet effectief honger hoeft te lijden.

Tuiniers die hun serre optimaal benutten, zijn die hungry gap echter te slim af. Die gebruikten het lengen van de dagen in januari en februari al om te gaan zaaien onder glas. Dan kun je immers al radijsjes, snijsla, pluksla, rucola, mizuna en spinazie zaaien en er een paar weken later al van oogsten. Als je vroeg begon te zaaien, begint in de moestuin buiten de serre ook stilaan van alles te groeien. Al dunnend kun je zo ook al beginnen te oogsten, bijvoorbeeld op het bed van de peulvruchten. Vroege erwten, maar ook de topjes van tuinbonen kunnen binnenkort je wok of stoofpan in.

En wat met het eerste groen dat de natuur ons spontaan biedt? Bij de eerste zonneschijn en warmte begint de vogelmuur weer te groeien: een ideale partner voor de snijsla en radijsjes uit de serre. Gooi het loof van de radijsjes ook niet weg: dat is perfect eetbaar, rauw of in de puree. Ook het blad van de paardenbloem is heerlijk in het begin van de lente, want dan is het nog niet zo bitter. De kopjes van brandnetel zijn lekker in de soep of smoothie.

Mijn favoriet lenteslaatje bevat deze ingrediënten:

UIt de serre:

  • verse pluksla
  • verse spinazie
  • radijzen met loof

Uit de kruidentuin:

  • eerste verse blaadjes munt
  • peterselie
  • bieslook

Uit het aanbod ongewenste plantengroei:

  • ridderzuring
  • paardenbloemblad
  • vogelmuur

Uit de kast:

  • zonnebloempitten
  • pompoenpitten
  • sesamzaad
  • met een dressing van: honing, witte balsamicoazijn, olijfolie, peper en zout

Koolrabi in de kijker

Reacties (0)

Een van de lentegroenten die misschien nog niet zo gekend is, is de koolrabi. Daarom stel ik hem graag eens extra aan jullie voor want deze zoete knol blinkt uit in veelzijdigheid.

Rauwe jonge koolrabi is vaak zo zoet als een harde groene appel. Je kan hem in partjes of schijfjes meenemen als tussendoortje. Voor een slaatje rasp je de koolrabi of snijd hem in dunne plakjes, reepjes of in kleine blokjes. Met een mandoline kan je hem in flinterdunne schijfjes snijden en er een echte groentecarpaccio van maken. Breng op smaak met bijvoorbeeld versnipperde sjalotjes en munt, een beetje sinaasappelsap en rode wijnazijn en laat minstens een uurtje trekken. Leg de schijfjes in een mooie waaiervorm op een plat bord. Succes verzekerd op elk lentefeest! Het jonge blad van de koolrabi kan je rauw verwerken in slaatjes, pesto’s en sausjes. Snijd het hiervoor heel fijn.

Wanneer je de koolrabiknol warm bereidt, komt zijn kolige aard naar boven. Toch behoudt hij zijn originele pittige smaak. Je kan grote schijven, blokken of partjes koolrabi stomen of blancheren en warm of koud serveren met een lekker sausje of dip. In dunne reepjes kan de koolrabi zo mee in een lentewokje. Veel kruiden heeft hij met zijn volle smaak niet nodig. Hij heeft genoeg aan een snuif peper, zout en nootmuskaat. Rooster hem zeker ook eens in de oven. Hij behoudt steeds zijn stevige beet maar wordt wel zachter en zoeter. Het jonge blad van de koolrabi kan je in principe bereiden als een bladgroente zoals warmoes. Stoven, roerbakken of blancheren: het kan allemaal. Wat ouder blad, laat je wat langer garen en mix je met een scheut melk als basis voor een groene puree. Stamp je aardappelen en roer alles goed door elkaar.

Van koolrabi maak je bovendien de romigste soep zonder room.  Ik maakte van het loof een groene olie die de zachte soep een frisse finishing touch geeft. Proberen maar!

Cappuccino van koolrabi met groene olie

Nodig voor vier personen

400g koolrabi - 2 sjalotjes - 500 ml groentebouillon - 100 ml room - peper en zout - ½ tl nootmuskaat - 50g koolrabiblad - 100 ml olijfolie - 1 el gistvlokken - 1 el citroensap - rasp van een halve citroen

Mix de olijfolie, de gistvlokken, het citroensap en het koolrabiblad tot een groene olie.

Schil de koolrabi en snijd in blokjes. Versnipper de sjalotjes. Fruit de sjalotjes in olijfolie. Voeg de koolrabi en de nootmuskaat toe. Roerbak 3 minuutjes. Voeg de groentebouillon toe. Breng aan de kook. Laat koken tot de koolrabi gaar is. Mix de soep mooi glad. Voeg de room toe en klop ze op met een melkschuimer.

Serveer in glaasjes. Werk af met een lepel groene olie en wat citroenrasp.

Lentekriebels

Reacties (0)

Is er een seizoen waar je meer naar uitkijkt dan de lente? Die eerste zonnestralen geven me zoveel energie dat ik het gevoel krijg bergen te kunnen verzetten. Geen wonder dat er zoiets als de ‘lenteschoonmaak’ bestaat. In mijn keuken betekent dat de ramen open gooien en de voorraadkast luchten. Heerlijk om die wirwar aan potjes kruiden, granen en peulvruchten weer eens goed te labelen en vergeten producten te herontdekken.

Een beetje tegenstrijdig dan weer is dat de groentenoogst in dit popelende seizoen nog mager is. Daarvoor moeten eerst nog heel wat uren zon en warmte passeren. Maar ook daar geldt weer: wat is er lekkerder dan die eerste jonge radijsjes, die frisse blaadjes spinazie en die sappige knapperige koolrabi na zo’n lange winter? Niks! Dus laten we vooral traag en bewust genieten van dat eerste lekkers en dag na dag proeven hoe de lente gretiger en guller wordt.

Velt vzw viert de komst van de lente een hele week met tal van receptjes, tips en ideeën om jullie te tonen hoe je er het beste uithaalt. Vandaag bijten we alvast de spits af met deze heerlijke lentewok.

Lentewok van radijsjes , seitan, koolrabi en spinazie

12 radijzen (een bussel) - 400g seitan - 1 koolrabi - 200g spinazie - 2 teentjes look - 1 tl nootmuskaat - peper - zout - olijfolie - ½  el sojasaus - 100 ml bouillon

Snijd de radijzen in vier. Snijd de seitan in reepjes. Snijd de koolrabi in frietjes. Versnipper de look. Verwarm de wok met de olijfolie. Roerbak de seitan met de look gedurende twee minuten. Voeg de koolrabi, nootmuyskaat en de sojasaus toe. Roerbak vier minuten. Blus met de bouillon. Roerbak nog vier minuten. Voeg de radijzen toe. Roerbak 2 minuten. Zet het vuur uit. Voeg de spinazie toe. Smaak af met peper en zout.

(C) Foto: Wout Hendrickx

Breng de lente naar je keuken

Reacties (0)

Met onze lentekeuken maken we van de start van de lente een echt feest. We gaan aan de slag met overheerlijke seizoensgroenten en blazen vergeten groenten en fruit nieuw leven in. Organiseer jij ook een lentekeuken voor je buren, vrienden en familie?

Kiezen voor seizoensgroenten is kiezen voor lekkere, gevarieerde en gezonde voeding. Én voor voeding die zacht is voor dier, mens en milieu:

  • Lokale, biologische en seizoensgebonden voeding heeft een veel kleinere ecologische voetafdruk.
  • Seizoensgroenten zijn vriendelijker voor onze portemonnee omdat ze een minimum aan extra energie vragen.
  • En door zelf ons potje te koken, krimpt onze voetafdruk nog een beetje meer. Want bewerkte voeding vraagt heel wat energie.

Foto: Swa De Heel

Organiseer je eigen lentekeuken

Bereid een feestmaaltijd met seizoensgroenten tijdens de eerste week van de lente (van 20 t.e.m. 26 maart). Voor je gezin, familie of buren: zolang het maar naar de lente smaakt.

Hoe doe je mee?

  1. Registreer je lentekeuken voor je gezin, familie, buren,... op onze Facebookpagina.
  2. Ontdek alle seizoensgroenten met onze groente- en fruitkalender. We hebben ook een heel leuke kinderversie van deze kalender. Heel wat inspiratie kun je eveneens halen uit ons tijdschrift Seizoenen of ons kookboek Lekker ecologisch!
  3. Plaats gerust foto's, recepten of een verslag van je lentekeuken in onze Facebookgroep of op je persoonlijke Facebookpagina. Tip: voeg aan je bericht #lentekeuken toe, zo zien wij het ook. Organiseer je een speciale activiteit? Laat het weten via [email protected].

Over de seizoenskeukens: we roepen bij de start van elk seizoen iedereen op om de oogst van het seizoen te vieren. Al wie met seizoensgroenten (samen) kookt en/of eet met het gezin, de familie, buurt, school,... kan deelnemen. Het is belangrijk om met seizoensgroenten aan de slag te gaan, of met voedseloverschotten van de lokale bioboer of -winkel. Zo bouwen we samen aan een duurzame samenleving.


(C) Foto's: Swa De Heel, Aikon Producties en Leentje Speybroeck

Zoete lente

Reacties (0)

Je voelt en ruikt wanneer de lente voor de deur staat. Geen beter gevoel dan die eerste zonnestralen op je bleke wintersnoet. Lokken in de stad vooral de terrasjes, de eerste ijsjes en de blote benen, in de moestuin zie je letterlijk dat de lente zijn kop opsteekt. De eerste groenten worden gesmaakt maar op het lentefruit is het nog even wachten. Zij hebben eerst een gulle portie zon nodig om lekker zoet te worden. Maar terwijl de aardbeien rijpen, kunnen we onze zoete goesting toch al stillen met de rabarberoogst.

Van zuur naar zoet

Vanaf eind maart tot eind juni viert de rabarber hoogtij! We oogsten en eten rabarber liefst zo jong mogelijk. Rabarber bevat immers oxaalzuur. In de jonge stengels is dit zuur maar beperkt aanwezig maar naarmate de plant ouder wordt, neemt het gehalte toe. Oxaalzuur beperkt de opname van calcium in ons lichaam. Een te hoge opname hiervan is dus niet gezond. Rabarber doet het dankzij zijn friszure smaak prima in dessertjes en zoete drankjes. Daarom vergeten we bijna dat het een groente is.  


Rabarberlimonade

Deze rabarberlimonade maak je in een wip! Een toppertje op al je lentefeestjes! Werk af met lente-ijsblokjes. Die maak je door (on)kruiden en eetbare bloemen in je ijsblokjes te verwerken.

Nodig voor 2l

750 g rabarber, 70g ruwe rietsuiker en 2 liter water

Snijd de rabarber met schil in blokjes. Zet op het vuur in het water. Laat 10 minuutjes koken. Zeef het pulp. Voeg de suiker toe en zet nog even op het vuur tot alle suiker is gesmolten.

Giet heet in schone flessen en sluit af. Veertien dagen houdbaar in de koelkast. Je kunt ook wat gember of andere kruiden (steranijs, kaneel) meekoken met de rabarber voor een extra toets


Nog meer op je lentebord?

  • Vandaag deelt Julienne haar favoriete lentebordje met jullie!
  • Nog meer rabarberlekkers vind je in ons kookboek Lekker Ecologisch!

(C) Foto: Wout Hendrickx

De kracht van het ei

Reacties (0)

Een ei bevat alles om er een kuiken uit te doen groeien. Dat verklaart dat het zo’n goede leverancier van voedingsstoffen is. Een ei bevat naast eiwitten, ook ijzer, zink en vitaminen, zelfs vitamine D. Dat maakt het niet alleen tot een lekker en gezond hapje maar ook tot een volwaardige vleesvervanger. Maar een ei heeft nog veel meer onder de dop!

Het ei als keukentruc

Eieren hebben een belangrijke hulpfunctie in de keuken. Ze bevatten verschillende soorten proteïnen die door het eiwit op te kloppen resulteren in een luchtig maar stevig wit schuim en die na het koken compact worden. Met eieren kan je melk en andere vloeistoffen dikken zoals in de befaamde crème patissier of je kan niet mengbare vloeistoffen toch laten binden zoals olie en azijn tot mayonaise.

Kotkotkodei geef mij een biologisch ei

Als je eieren koopt, kan je kiezen uit verschillende kippenhouderijsystemen. De gestempelde code op het ei duidt uit welk systeem je eitjes afkomstig zijn:

  • 0: bio | 1: vrije uitloop | 2: scharrel | 3: verrijkte kooi

Daarna volgen de code van het land van herkomst (BE: België; NL: Nederland) en het registratienummer van de producent.

  • Verrijkte kooien

De klassieke legbatterijen zijn sinds enkele jaren verboden in Europa en werden vervangen door verrijkte kooisystemen. De legkippen moeten beschikken over een kooioppervlakte van ten minste 750 cm² per kip (circa 13 kippen/m²), ze hebben een beperkte nestruimte, een met strooisel bedekte ruimte en een zitstok. Dit systeem blijft echter een kooi waar (te) veel kippen zijn samengehokt en de dieren weinig ruimte hebben voor soorteigen gedrag. Op termijn zullen ze ook verboden worden.

  • Scharreleieren

Scharrelkippen worden in een stal gehouden, die zodanig uitgerust is dat alle legkippen beschikken over ten minste 1 nest per 7 legkippen, zitstokken, ten minste een oppervlakte van 250 cm² bedekt met strooisel per kip. De bezetting mag niet meer dan 9 legkippen per m² bedragen.

  • Eieren van hennen met vrije uitloop

Kippen uit vrije uitloop leven in een stal. Hun woonst is vergelijkbaar met een scharrelbedrijf maar ze beschikken 8 uur per dag over een vrije uitloop in open lucht. Deze uitloop moet grotendeels begroeid zijn (met gras bijvoorbeeld) en een oppervlakte van 4 m² per hen beslaan.

  • Biologische eieren

Biologisch opgekweekte leghennen eten biologisch voer.  Tenminste 20% van het voeder is afkomstig van het eigen bedrijf of van een ander biologisch bedrijf uit de regio. Per stal mogen maximum 3000 dieren worden gehouden met maximum 6 dieren per m². De stallen moeten voorzien zijn van minstens 1 nest per 7 leghennen, zitstokken.  1/3 van de staloppervlakte moet bedekt zijn  met strooisel. De vrije uitloop bedraagt minstens 4m² per leghen.

  • Eieren uit de tuin

Je kan natuurlijk ook zelf je kippen kweken. Zorg voor voldoende groene (scharrel)ruimte voor je kippen. Reken op tenminste 5 m² per dier buitenruimte. Voor een altijd groen blijvende ren voorzie je minstens 10m². Geef ze een goed hok met een warm nest dat je gemakkelijk kan schoonmaken. Alles over kippen kweken vind je in het boek ‘Kippen in de tuin’. http://beweegt.velt.be/winkel/420/productenkiezen#420-41

Zonder ei kan ook

Wie alternatieven zoekt voor eieren kan voor een zoet gerecht een ei vervangen door een halve geplette banaan of 3 eetlepels appelmoes. Om een gerecht vochtiger of smeuïger te maken vervang je het ei door olie. De rijzende eigenschap van een ei kan worden opgevangen door bakpoeder, baksoda of appelazijn (of een combinatie van de drie). Het kookvocht uit een bokaal kikkererwten laat zich opkloppen tot eiwitvervanger of aqua faba.


Recept: paastaart voor 4 personen

2 vellen bladerdeeg 500 g spinazie (of te vervangen door mizuna, brandnetel, zevenblad of ander frisgroene bladgroenten) 250 g ricotta
5 verse biologische eieren 40 g Parmezaanse kaas 1 k.l. marjolein
handvol broodkruim 50 ml melk olijfolie, peper en zout

 

Spoel de spinazie en blancheer kort. Laat de spinazie afkoelen en uitlekken. Druk het overtollige vocht eruit en kruid met marjolein, peper en zout. Snij het broodkruim klein en week  het in de melk. Kluts een ei met één eetlepel Parmezaanse kaas en meng met het licht uitgeknepen broodkruim. Voeg de spinazie toe. Kruid met peper en zout.

Bekleed een taartvorm met hoge rand (een springvorm is gemakkelijk) met een vel bladerdeeg. Verdeel het spinaziemengsel over het bladerdeeg. Maak met de bolle kant van een lepel 4 kuiltjes in het mengsel. Breek een ei in elk kuiltjes. Kruid de eieren met peper en zout. Strooi de rest van de kaas over de eieren. Leg het tweede vel kruimeldeeg over de taart en druk de randen goed aan. Verwarm de oven op 200°C. Bak de taart in circa 60 minuten gaar. Je kan de taart warm of lauw eten.


Nog meer op je lentebord?

  • Vandaag deelt Julienne haar favoriete lentebordje met jullie!
  • Velt trakteert vandaag haar vrijwilligers op een bruisende trefdag. Met een heuse kookshow lanceren we de nieuwe workshop improvisatiekoken. In het najaar verschijnt het improvisatiekookboekje.
  • (C) Foto's: Pieter Maes

Advertenties

Boeken van Velt

Ledenvoordelen

  • 6 keer per jaar ons tijdschrift Seizoenen
  • Leuk welkomstpakket
  • Korting op boeken van Velt
  • Korting in ruim 150 bio- en ecowinkels
  • Grote korting met onze jaarlijkse Velt-zadenactie
  • Uitnodigingen voor interessante activiteiten in je buurt
  • Toegang tot het online Seizoenen-archief
  • Je ontvangt onze tweewekelijkse nieuwsbrief

Word lid

Seizoenen

In ons tweemaandelijks tijdschrift Seizoenen brengen we telkens meer dan 40 pagina's over ecologisch tuinieren, koken en leven. Ook heel wat praktische tips voor je moes- en siertuin.

Word lid en ontvang Seizoenen