Je bent hier:

Slakken

Slakken ecologisch bestrijden: 5 tips

Reacties (0)

Vervelend en haast onvermijdelijk: slakken in je (moes)tuin. Elk jaar opnieuw duiken ze weer massaal op. Maar wat doe je ertegen? Met enkele tips kan ook jij je groenten en andere planten beschermen, zonder gif.

1. Begin vroeg

In april beginnen de meeste slakken aan hun eerste legsel: een goede 400 eieren leggen ze via kieren onder aardkluiten. Drie weken later komen de eitjes uit en twee maanden later zijn ze op hun beurt ook al terug volwassen. Het is dus zeer belangrijk om al vroeg in het voorjaar het aantal slakken in de tuin te doen verminderen.
 

2. Maak je tuin slak-onvriendelijk

Zorg ervoor dat slakken jouw (moes)tuin gewoon niet leuk om in te vertoeven vinden. Dat kan eenvoudig:

  • Slakken kunnen zich moeilijk verplaatsen op droge grond. Door herhaaldelijk oppervlakkig te schoffelen, droogt het bovenste laagje van je grond uit. Je kunt ook je bodem bedekken met een laagje droog, fijn grasmaaisel: dat beschermt je bodem en weert slakken.
     
  • Zorg voor hindernissen waar slakken niet over heen kunnen, waaronder scherp zand, sparrennaalden, schelpengrit, fijngemaakte eierschalen en schelpen, zaagsel, kaf, houtas, lavagruis, dolomiet, koffieprut (hoe meer cafeïne, hoe beter de werking), zeewier, ongebluste kalk op je paadjes, hennepstrooisel of cacaodoppen. Bescherm jonge plantjes door er een scherpe plastieken rand rond te plaatsen, bijvoorbeeld een plastic fles of een potje zonder bodem.
     
  • Controleer tuinafval en mulch regelmatig: daaronder zitten slakken graag.
     

3. Gebruik helpers

De strijd tegen slakken hoef je niet alleen te voeren. Er zijn heel wat natuurlijke vijanden van slakken die je maar al te graag ter hulp schieten.

  • Laat kippen en (loop)eenden in de moestuin werken, tijdelijk (de hele winter) of plaatselijk (in een verplaatsbare ren of chicken tractor). Kippen raken dikke slakken wel grondig beu; sommige kippen lusten helemaal geen slakken; eenden kunnen naar verluidt eindeloos slakken blijven eten.
     
  • Trek slakkeneters aan: lijsters, eksters, kraaien, spreeuwen, merels, egels, loopkevers, duizendpoten, spitsmuizen, kikkers en padden, hagedissen, ringslangen en hazelwormen, sommige insecten (loopkevers, glimwormen, libellenlarven) en enkele spinnen en spinachtigen (o.a. de hooiwagen).
     
  • Er zijn aaltjes of nematoden op de markt die de naaktslakken doden. De aaltjes zoeken de slakken op en parasiteren ze. De aaltjes sterven pas als ze geen nieuwe slakken meer vinden. Het aaltje werkt het best bij een vochtige grond en een bodemtemperatuur van minimum 6°C. 

4. Gebruik hulpmiddelen

Bruin bier:

Graaf een bekertje in de grond – waarbij de bovenrand op gelijke hoogte komt van de grond – en vul dit met bruin bier. Plaats vervolgens een afdakje boven deze beker, zodat het er niet in kan regenen. De slakken komen af op de geur van het drankje, willen er van drinken, vallen er in en verdrinken.

Lookaftreksel:

Kook 1 doorgesneden bol look in 1,5l water, laat het brouwsel afkoelen en zeef het. Meng 250cc van dit mengsel met 8 à 10 liter water. Spuit dit nu op je groenten of planten. De geur dringt enigszins door in de bladeren en is niet aantrekkelijk voor slakken. Herhaal in geval van regen. Je kunt dit lookwater ook in het voorjaar dubbel zoveel aanmaken en dan in porties van 250cc diepvriezen. Zo heb je een voorraad voor de hele zomer.
 

5. Ga op jacht

’s Avonds – met de zaklamp in de hand – of bij vochtig weer is het heel gemakkelijk om slakken te spotten in de tuin. Deze slakken kun je verplaatsen naar een wild stukje grond in de buurt, maar wel ver genoeg zodat ze niet meteen terugkeren. Je kunt ze ook voeren aan je kippen of eenden. Dood je ze, laat ze dan liggen zodat ze natuurlijke vijanden aantrekken.
 

Tuinieren zonder pesticiden? Het kan! Kijk op www.doehetzonder.nu
 


Meer over plaagdieren

Het Plaagdierboek is een praktische gids die je heel wat plaagdieren leert kennen en meteen toont hoe je er als tuinier mee om kunt gaan. Zonder gif. Daarnaast is het ook gewoon een lekker leesboek, doorspekt met heel wat interessante interviews en verrassende inzichten.

Het Plaagdierboek is nu verkrijgbaar voor slechts € 17,50 via onze webwinkel of lokale Velt-afdelingen.

> Bestel je exemplaar

 

Slakken in de tuin: feiten, fabels en trucs

Reacties (0)

Heel wat tuiniers hebben last van slakken. In dit artikel sommen we een aantal feiten en fabels op en geven we trucs om deze beestjes uit je tuin te krijgen.

Feit 1: We hebben invasieve slakkensoorten

Bij ons vind je minstens twee zeer invasieve naaktslakkensoorten. Deroceras invadens beweegt zich sneller voort (4,9 mm per seconde). Arion vulgaris (de Spaanse slak, zie foto) legt tot 400 eitjes. Deze soort kruist vlot met de inheemse Arion ater (de zwarte wegslak); hun nazaten kunnen dan weer beter tegen de koude. De eerste meldingen van deze soorten bij ons dateren van rond 1970.

Als je vindt dat er almaar meer slakken in je tuin zitten, dan heb je dus gelijk. En nieuwe slakken vragen om een nieuwe aanpak. Van alle ingevoerde plantjes en diertjes kunnen alleen de sterkste soorten overleven. Een extra troef is dat ze hier meestal geen natuurlijke vijanden hebben, zo worden ze gemakkelijk een plaag.

Feit 2: We hebben niet genoeg egels en lijsters

Wie ecologisch tuiniert wilt graag een natuurlijk evenwicht, waarin natuurlijke vijanden net op tijd je ongewenste slakken komen intomen. Veel nuttige dieren zien in je slakken vooral een mals hapje en laten zich niet afschrikken door slakkenhuis of -slijm. Egels, padden, kikkers en veel vogelsoorten hebben we graag in onze tuin om de slakken te lijf te gaan.

Al die slakkeneters hebben huisvesting nodig en natuurlijke biotopen in en om je tuin. Helaas zijn er meer levensgevaarlijke straten dan gastvrije egelhuisjes in ons landschap, meer katten dan nestkastjes en meer omheiningen dan vijvertjes.

Feit 3: Er zijn ook veel kleine slakkenvreters

Er zijn kleine, vrij onbekende slakkenetende soorten die je vlot kunt aantreffen in je tuin. Veel spinnensoorten, en ook de verwante hooiwagens, lusten wel een stukje slak. De slakkenhooiwagen scheurt slakkenhuizen met zijn krachtige scharen stuk en eet dan de bewoner op. Onder tegels vind je ook gemakkelijk loopkevers. Loopkevers eten graag mals vlees, maar ook af en toe een worm.

Fabel 1: Huisjesslakken zijn nuttig, naaktslakken zijn schadelijk

De meeste naakt- en huisjesslakken hebben een heel breed menu, gaande van bladeren en schimmels tot dode diertjes. Het lookglansslakje is een bondgenoot in onze tuin. Dit donkere, glanzende huisjesslakje is amper een hemdsknoop groot en zit graag onder tegels. Het eet vooral kleine naaktslakken en slakkeneieren.

Fabel 2: Slakken hebben een voorkeur voor de zwakste planten

Slakken lusten vooral de sappigste en zoetste planten. Je zal nooit op een wilde sla – de voorouder van onze kropsla – slakken zien grazen, want deze wilde plant verdedigt zich met bitterstoffen en stekels. Die verdedigingsmiddelen hebben we in de voorbije eeuwen weg geselecteerd, zodat sla nu lekkerder is. Dat is voor slakken niet anders.

 

Truc 1: Laat dode slakken liggen

Als je regelmatig dode slakken in je tuin deponeert, is dat gefundenes Fressen voor die kleine en grote natuurlijke vijanden. Als je slakkenvallen installeert (op basis van bier of suikerwater), kun je de lijkjes dus het best gewoon in je tuin laten liggen, ten voordele van diverse slakkeneters.

Truc 2: Nematoden, en hoe je ze zelf kweekt

In sommige tuinwinkels kun je aaltjes kopen die naaktslakken parasiteren en doden. Toby Buckland, presentator van het BBC-programma Gardeners' World, heeft een methode bedacht om zelf nematoden te kweken. Stop minstens 20 naaktslakken in een emmer met een deksel-met-gaatjes. Doe er een bodempje water en een handvol slabladeren bij.

Veel slakken dragen wel een of andere parasiet, onder andere die aaltjes. Door de naaktslakken onnatuurlijk dicht bij elkaar te brengen, gaan die parasieten zich vermenigvuldigen. De aaltjes bewegen zich vlot door dat bodempje water en steken de hele slakkenbevolking aan. Schud om de paar dagen met de emmer, zodat alle slakken even nat en besmet worden. Na twee weken zijn alle slakken dood. Vul de emmer bij met water en zeef – met een stukje kippengaas  – de vloeistof, die nu vol nematoden zit. Met een gieter verdeel je de aaltjessoep over de bodem.


(C) Foto's: Wikimedia (Xauxa Håkan Svensson) en Naturespot

Sponsors

https://www.newb.coop

Boeken van Velt

Ontvang Seizoenen

In ons 2-maandelijks magazine vind je alles over ecologisch tuinieren, koken en leven.

Word lid en ontvang Seizoenen

Waarom Velt-lid worden?

  • Ontvang het tijdschrift Seizoenen
  • Geniet van korting op Velt-boeken en bij samenaankopen
  • Krijg korting in ruim 150 bio- en ecowinkels en webshops.

Word lid