Kolomfruitbomen – ook bekend als zuilfruit, minitrees of ballerina’s – groeien in populariteit. Met hun compacte zuilvormige groei nemen ze zeer weinig plaats in. Ideaal voor als je een kleine tuin hebt en toch verschillende fruitsoorten en -rassen wilt. In de vollegrond of in pot: een kolomboom vraagt weinig onderhoud wanneer je voor het juiste ras kiest. En met een goede bestuiving en een zonnige standplaats mag je toch een mooie opbrengst verwachten.

Wat zijn kolomfruitbomen?

Kolomfruitbomen zijn fruitbomen met een afwijkende compacte zuilvormige groei. Ze groeien langzaam en blijven buitengewoon slank (30-60 cm breed). De boom maakt bijna geen zijtakken aan en de vruchten groeien direct aan de stam of op de korte zijtakken. De bomen hebben meestal ook een geremde groei in de hoogte. Afhankelijk van het type onderstam worden ze 3 tot 6 meter groot, als je de hoogte niet begrenst. Ze hebben een lagere opbrengst dan laagstamfruitbomen, dus het gaat eerder om fruit om van te snoepen.

Verwar dit groeitype niet met fruitbomen die in een rechtopstaand snoer worden opgekweekt voor fruithagen, dat zijn de zogenaamde spilbomen. Die vertakken meer en vragen daarom meer onderhoud. Je kunt kolombomen ook gebruiken om een fruithaag aan te leggen, maar ze vormen in de zomer geen volledige dekking en ze zijn een pak duurder.

Goede resistente rassen

De rassen die je in kolomvorm vindt zijn allemaal nieuwe rassen. Er bestaan dus geen oude fruitrassen in kolomvorm. Maar nieuw wil niet zeggen minder resistent, integendeel. De nieuwste appelrassen zijn geselecteerd op ziekteresistentie en bieden goede weerstand tegen de meest voorkomende ziektes zoals schurft en meeldauw. Hieronder vind je een tabel met enkele van deze nieuwe resistente appelrassen. Ze worden al enkele jaren in de praktijk als goede rassen beoordeeld.

> Klik hier om het overzicht te downloaden (pdf)