Voeding die niet alleen gezond is voor jezelf, maar ook voor de wereld? Het kan! Een handig hulpmiddel daarbij zijn de tien basisprincipes voor een ecologische keuken van Velt.

Om je een handje te helpen, lichten we op onze website vanaf januari elke week één principe van de ecologische keuken uit. 

Elke week vind je op onze site een artikel met uitleg over een van de ecologisch basisprincipes, een gezond recept en een artikel met achtergrondinformatie. 

Wil je een handig overzicht van de 10 principes van ecologisch koken? Download het nu gratis.

De 10 basisprincipes voor een ecologische keuken

 

1. Elk seizoen weer anders.

Leven op het ritme van de seizoenen geeft voeding een extra dimensie. Je kijkt uit naar de eerste aardbeien in mei en het lange wachten beloont je met de beste smaak. Kolen in de winter nopen tot creativiteit, maar geven ook een extra portie vitaminen. Seizoensgroenten hoeven geen warm gestookte serres, maar genieten van natuurlijke warmte en zonlicht.


 

2. Voedsel is te waardevol om weg te werpen.

Het kost gemiddeld vijf keer meer energie om voedsel te produceren, bewaren, vervoeren en verwerken dan wat je er als voedingswaarde uithaalt. Voedsel is een waardevol goed, dat ons energie geeft en ons laat genieten. Het hoort niet thuis op de vuilnisbelt. Restjes vermijden of ‘pimpen’ tot feestelijke hapjes doen we dus graag!

 

3. Bioproducten voor minder pesticiden.

Kwaliteitsvolle groenten en vee krijgen de tijd om te groeien en zich te ontwikkelen. Als je dat proces versnelt met kunstmeststoffen creëer je zwakke, opgeschoten planten en dieren. Biogroenten hebben meer smaak en ze worden niet behandeld met pesticiden. Door natuurlijke vijanden aan te trekken en voldoende variatie en diversiteit in te bouwen, zijn biobedrijven beter bestand tegen ziekten en plagen.

 

4. Vers van hier.

Kersen uit Turkije reizen meer dan 3.000 km om ons te verleiden. In juni promoot men ze als seizoensfruit. In België of Nederland worden kersenbomen omgehakt of de kersen blijven hangen, omdat plukken te duur is. Seizoensproducten moeten samengaan met lokale productie anders worden we ‘kilometervreters van het seizoen’. Kies voor lokale producten met weinig kilometers door de herkomst te lezen op het etiket.

 

5. Van vleeseter tot flexitariër.

De voedselindustrie heeft na WOII een enorme vaart genomen; ook de veehouderij kon daar niet aan ontsnappen, met veel milieuproblemen als gevolg. Vlees is in het Westen nog altijd de belangrijkste bron van eiwitten. Nochtans is vlees niet noodzakelijk in je voedingspatroon. In de ecologische keuken kies je voor geen vlees of ‘minder maar beter vlees’. Vlees van de lokale veehouder bijvoorbeeld, biologisch en diervriendelijk gekweekt.

 

6. Zelf bereid in plaats van kant-en-klaar.

Kant-en-klaargerechten zijn vaak te vet- en te suikerrijk. In drukke tijden kan zo’n diepvrieslasagne wel handig zijn, tenminste als je je smaakpapillen even uitschakelt, maar gezond en ecologisch is het niet. Bereid je je voedsel zelf, dan weet je wat je eet en kan je kiezen voor lokale, seizoensgebonden en biologische producten.

 

7. Vermijd verpakkingen en afval. 

Moestuiniers wikkelen de prei voor hun buurvrouw in wat krantenpapier en dat volstaat. Meer dan wat kranten, uitwasbare dozen en glazen potten heeft een tuinier niet nodig. Dat is heel anders in de winkel … Gebruik een stevige boodschappentas of een afneembare fietstas en kies je producten én je winkel verstandig. Je vuilniszak kan zo een stuk langer mee.

 

8. Bewust bereiden is energie besparen.

 Voedsel en energie zijn nauw verbonden met elkaar, in heel de keten. Aan het fornuis bespaar je zelf door te stomen, wat rauwkost te maken of kort bakken.

 

9. Gevarieerd eten is voedzaam en lekker.

Eco staat ook voor diversiteit. Eet met gezond verstand; niet te veel en heel gevarieerd. Variatie kan in elke productgroep: granen, groenten, fruit en zuivel. Door goed te variëren met gezond voedsel hoef je je geen zorgen te maken om mogelijke tekorten.

 

10. Geef de boer geld voor zijn waar.

Voor het voedsel op ons bord ligt, maakt het veel tussenstops. Elke schakel verdient een deel van de koek. Maar de boer krijgt het kleinste aandeel. Velt moedigt nieuwe productievormen aan zoals zelfplukboerderijen, groentemanden, Voedselteams. Zo krijgen die de kans een degelijk inkomen te verwerven op een ecologische manier en blijft het contact met de consument. Ook dat is duurzaamheid.