Eindelijk is het zo ver! Je deed in het voorjaar mee aan onze samenaankoop biobloembollen en nu houd je jouw pakje(s) langverwachte biobloembollen in handen. Je springt in je laarzen en… wacht, waar moest je nu juist weer op letten? We lijsten het even voor je op:

Bewaring

Plant de bollen zo snel mogelijk na ontvangst, best voor half november. Kievitsbloem (Fritillaria meleagris) en zomerklokje (Leucojum aestivum) zijn gevoelig voor uitdroging, plant ze meteen. Bewaar andere bollen desnoods kort op een droge, donkere, koele plaats (10-15 ° C), in hun papieren verpakking.

Plantplaats kiezen

Ben je vergeten waar je al je bollen nu juist wou zetten? Sommige bollen voelen zich op verschillende plekken in de tuin goed, andere hebben uitgesproken voorkeuren. Vind de geschikte standplaats(en) voor jouw bollen en bijenbuffetten terug in deze tabel.

Bollen uitstrooien (mooi in bollengazon, bollen- en bloemenweide en onder bomen en struiken)

Meng alle bollen of enkele specifieke combinaties samen in een emmer en strooi ze lukraak uit over hun plantplaats. Plant de bollen precies waar ze neervallen, met respect voor de minimale plantafstand tussen bollen. Dat geeft een natuurlijk effect.

Bollen in groepjes planten (lukt goed in gazon en borders)

Veel bollen groeien van nature in clusters doordat ze zich in de loop van de tijd ondergronds voortplanten via nieuwe afsplitsingen. Bestelde je aparte soorten, kan je kiezen om ze in kleine clusters

van enkele bollen te planten, met respect voor de minimale plantafstand. Voor een natuurlijke spreiding van aparte clusters kan je bijvoorbeeld een handvol walnoten lukraak uitstrooien. Waar een walnoot valt, plant je een klein clustertje bloembollen. Dit lukt prima in gazon en in (bestaande) borders. De walnoten raap je weer op en eet je straks als beloning gezellig op.

Putjes maken

Met een bollenplanter/aardappelpoter of je blote handen werk je gemakkelijk in losse, onbedekte aarde, maar je hoeft er je gazon of border niet voor om te graven. Verdichte, sterk gecompacteerde grond moet je wel eerst los maken, bv. met een woelvork.

In gazon, border of tussen bomen en struiken tussen bomen kan je voor kleine bollen (krokus, sneeuwroem , kleine sierlooksoorten, …) gemakkelijk putjes steken met een penwortelsteker (korte steel) of penwortelspade (lange steel) met een lemmet van zo’n 3-4 cm breed. Duw kleine bolletjes nooit zo in de grond.

Voor grotere bollen gebruik je een plantschopje (korte steel) of smalle spade (lange steel).

Extra voeding (mest of compost) is niet nodig, de bol heeft alle nodige reserves in zich. Een natuurlijke strooisellaag of grassnippers door te mulchmaaien breken ter plaatse af en voorzien de bollen van voedingsstoffen.

Plantdiepte en plantafstand

Plant bollen minstens 3x hun diameter uit elkaar, zo hebben ze ruimte om te vermeerderen. Maak het plantputje op zware bodem 2-3x en op lichte, droge (zand)bodem tot 4x zo diep als de bol hoog is (groeischeuten niet meegerekend). Plant ze met het puntje of de ‘ogen’ omhoog en druk het wortelvlak goed tegen de grond. Doe het putje dicht, druk licht aan en wacht geduldig op regen en de lente! 

Bollenlasagne, smakelijk!

Een leuk idee is om je bloembollen te planten in laagjes, naargelang de bloeitijd. Net zoals een lasagne dus, alleen is dit er eentje die extra smakelijk is voor de bijen en hommels. Je kan kiezen voor 2 of 3 soorten. De soort met de laatste bloeitijd plant je onderaan in een pot of bak (bijvoorbeeld tulpen). In de tweede laag plant je midden-bloeiers zoals narcissen, hyacinten of druifjes (muscari). De derde of bovenste laag bestaat uit vroeg bloeiende soorten. Denk aan krokussen of sneeuwklokjes. Lees meer in dit artikel.

Meer over ecologisch tuinieren?

Stappen naar een ecologische tuin

Stappen naar een ecologische tuin: aanleg en beheer is een praktisch en mooi siertuinboek dat je stap voor stap begeleidt bij de aanleg en het beheer van een ecologische tuin.

Bekijk het boek nu in de webwinkel van Velt.