De coloradokever is plaatselijk weer aan een opmars bezig. Tijdens een bezoek aan de ecologische volkstuin in Neerpelt, toonden tuiniers coloradokevers die ze gevangen hadden op hun pas opkomende aardappelen. Ook in de regio Turnhout dook de kever op. Voor tuinbegeleider Luc Vanhoegaerden reden genoeg om een en ander op een rijtje te zetten over deze bont gekleurde ‘inwijkeling’.

De coloradokever (Leptinotarsa decemlineata) behoort tot de familie van de bladhaantjes. Hij meet ongeveer 10 bij 7 millimeter. Hij is goed herkenbaar aan de zwarte strepen op zijn gele dekschilden. Op het kopschild zitten zwarte vlekken. De tweejarige kever is oorspronkelijk afkomstig uit Amerika en heeft zich begin vorige eeuw, via overzees transport, snel over heel Europa verspreid.

Levenscyclus

Ondergronds overwinterende kevers bevriezen als de bodemtemperatuuro onder de  -7 °Celsius komt, maar larven van kevers uit een vorige generatie overleven zware winters door tot in het vroege voorjaar beschermd tot 50 centimeter diep in de grond te zitten. Bij warmer wordend voorjaarsweer verpoppen ze zich. Twee weken later komt uit de pop een volwassen kever, die zijn leven bovengronds vlijtig tot midden oktober verder zet. Deze eerste generatie kevers kan in een warm voorjaar al vanaf april uitvliegen. Gedurende een drietal weken leggen ze tot in juni hun eitjes op de onderkant van de bladeren van de aardappelplant. In warme jaren kunnen tot drie keer per jaar (tot maximaal 800!) oranje gele eitjes afgelegd worden (ongeveer 1-2 millimeter lang) die in groepjes aan de onderkant van het blad kleven. Afhankelijk van de temperatuur komen de larven na 5 tot 21 dagen uit de eitjes.  

Larven en kevers

De kleine larven zijn in het begin grijsachtig van kleur en eten eerst de resten van de eischaal op. Ze vervellen in 3 tot 5 weken drie keer. Na de laatste vervelling zijn ze oranje-rood gekleurd. Ze doen zich volop te goed  aan het aardappelloof. Na 2 tot 4 weken zijn ze al uitgegroeid tot een lengte van +/- 1,5 centimeter. Als ze genoeg gegeten hebben, laten ze zich vallen en kruipen ze in de grond om te verpoppen. Zo ontwikkelen zich soms tot drie generaties per jaar. De kevers zijn vooral overdag actief en vreten aan de bladrand van de aardappelplant. Bij massaal optreden van de kever is het vooral de grote vraatzucht van de larven die grote schade aan aardappelgewassen aanricht.

Problemen voorkomen

Voorkomen is beter dan bestrijden. Het komt er vooral op aan om gepast in te grijpen in de groeicyclus van het insect, om een massale verspreiding tegen te gaan. Door tijdig de eitjes op de onderkant van de bladeren te vernietigen, voorkom je heel wat onheil. In de komende weken regelmatig preventief inspecterend door de rijen aardappelen lopen is dus aanbevolen. Zeker in een volkstuin waar heel wat tuiniers samen aardappelen telen is het wenselijk dat iedere tuinier(ster) geregeld de aanplant van aardappelen controleert. De kevers en de larven respecteren immers geen perceelgrenzen. Als je bij de controle van het aardappelgewas kevers of larven opmerkt, is een snelle reactie aan de orde! Alle kevers en larven snel afplukken en vernietigen om kaalgevreten aardappelloof te voorkomen is de boodschap.

Als het toch uit de hand loopt...

Word je geconfronteerd met een massale aanwezigheid van vraatzuchtige larven, dan kun je in noodgevallen een bestrijdingsmiddel op basis van natuurlijke Pyrethrinen (extracten van een Afrikaanse chrysantensoort) gebruiken om vraatschade door de larven te stoppen. Dergelijke middelen worden verkocht onder verschillende merknamen. Natuurlijke Pyrethrinen breken onder invloed van licht snel af (UV-straling) en worden daarom gemengd met stoffen die de afbraak enigszins afremmen en zo de dodende werking versterken. Recent werden er Pyrethrum-producten op de markt gebracht die raapzaadolie als remstof (i.p.v. piperonylbutoxide) bevatten, wat uit het oogpunt van milieubelasting te verkiezen is.

Middelen op basis van Pyrethrinen zijn contactinsecticiden. Dit wil zeggen dat de te verdelgen larven en kevers geraakt moeten worden met het insecticide. Een insect dat met het gif in aanraking komt, sterft na korte tijd (hoogstens enkele minuten). De middelen werken niet zo goed bij grote warmte. ’s Avonds spuiten is aan te raden om een zo lang mogelijke werking van het product te hebben. Het grote nadeel van deze bestrijdingsmiddelen, ook van natuurlijke pyrethroïden, is dat ze niet selectief zijn en dat dus ook nuttige insecten bij contact met het middel gedood worden. Alleen te gebruiken in noodgevallen dus!

  • Enkele producenten bieden spuitmiddelen aan op basis van de actieve stof spinosad, een mengsel van twee toxines die geproduceerd worden door een van nature in de bodem aanwezige schimmel. Deze toxines bestrijden rupsen, vliegen, trips en kevers in diverse teelten door contact- en maagwerking. Uit proeven van het Proefcentrum voor de Biologische Teelt (PCBT) blijkt dat de werking in diverse groenteteelten doeltreffend is.
     
  • Spinosad is toegelaten in de biolandbouw sinds 2008. Het is veel veiliger dan vrijwel alle chemische middelen. Tenminste, het is weinig toxisch voor de mens, voor zoogdieren en voor vogels. Spinosad spaart ook nuttige insecten als lieveheersbeestjes, roofwantsen, gaasvliegen en roofmijten. Om die reden is het in een ecotuin alvast te verkiezen boven het van oudsher gebruikte pyrethrum. Maar het is zeer giftig voor in water levende organismen én voor bijen en sluipwespen. Deze giftigheid geldt vooral bij de directe contactwerking, kort na spuiten. Op het blad en in de bodem wordt het middel snel afgebroken maar in water kan het in afwezigheid van zonlicht lang aanwezig blijven. Daarom mag je het zeker niet gebruiken in de buurt van vijvers, beken en poelen. Om bijen en wespen te sparen mag je het product niet gebruiken op planten in bloei of in de buurt van planten of onkruid in bloei. Een ander nadeel is dat er al verschillende gevallen van resistentie vastgesteld zijn tegen dit middel. Je mag het dus zeker niet zomaar verschillende malen na elkaar gebruiken. Een keer Spinosad spuiten wanneer je de larven (massaal) aantreft, volstaat in principe.
  • Spinosad is inmiddels in Nederland niet meer toegelaten voor particulier gebruik in de tuin. Je vindt het niet te koop in tuincentra. Spinosad zit wel in een aantal lokdozen voor mieren. Door het afgesloten karakter van deze dozen is het risico voor het milieu beperkt, dat is wel toegelaten voor particulier gebruik. Alle info over deze toelatingen vind je op https://toelatingen.ctgb.nl/nl/authorisations 
  • In België is deze stof nog wel te koop voor particulieren, onder de merknamen Boomerang Garden en Conserve Garden.