September en oktober zijn oogstmaanden bij uitstek: zomergewassen zoals courgette en tomaat produceren nog volop, terwijl de eerste herfstgewassen al op gang komen. Veel appels en peren rijpen in deze maanden. En ook voor gewassen die in je wintervoorraad gaan, zoals pompoen en wortelen, breekt het oogstseizoen aan. Maar Alex oogst nóg meer in haar tuin. Ze vertelt je er graag over, en toont meteen hoe je langer kunt oogsten en bewaren.

De oogst van geluk

In mijn tuin oogst ik niet alleen groenten en fruit. Ik oogst er ook biodiversiteit, rust, en een plek om even stil te zitten na een lange werkdag of ’s ochtends met een kop koffie. Op de tuinderij oogst ik, naast de groenten voor in de pakketten, het besef dat ik groenten verbouw zonder een aanslag te plegen op mijn omgeving. Sterker nog: ik draag bij aan de biodiversiteit, met een gezonde bodem en gezonde waterhuishouding. Ik oogst er de wetenschap dat ik elke week de groenten lever voor families in de regio, die weten waar hun groenten vandaan komen en hoe ze geproduceerd zijn. Families die weten dat het geld dat ze voor de groenten betalen ook bij mij, de boer zelf, terechtkomt en niet verdwijnt naar de aandeelhouders van een internationaal conglomeraat.

Niet voor niets is ‘Wij oogsten hier geluk’ de titel van een mooie documentaire over de opkomst van CSA’s (Community Supported Agriculture). Geluk betaalt misschien niet de huur, maar het zorgt er wel voor dat je weet waarom je het doet op die momenten dat het werk zwaar is, het weer tegen zit of dingen even niet gaan zoals je zou willen. Maar om te oogsten moet je eerst zaaien, en ook in deze tijd van het jaar kun je nog late gewassen zaaien om in de wintermaanden groen op je bord te hebben. Zeker als je het seizoen wat kunt oprekken in een kleine kas. Op de tuinderij zaai ik in september nog wat snelle bladgewassen zoals rucola, raapsteel en mosterdblad. Veldsla kan nu nog in de vollegrond, en in de kas zaai ik nog winterpostelein, spinazie en snijbiet.

Klus 1: maak een lange tunnelkas

Om het seizoen langer te maken heb ik op de tuinderij twee tunnelkassen staan: hoge bogen met plasticfolie eroverheen waarin ik nog tot ver in de herfst tomaten oogst, tot het begin van de winter andijvie of sla, en winterpostelein en veldsla in de winter en vroege lente. Plant of zaai die laatste uiterlijk in september of oktober. De dagen worden almaar korter en vanaf november is de meeste groei daardoor uit je wintergewassen.

Niet iedereen heeft ruimte voor een tunnel of (glazen) serre/kas, maar je kunt net zo goed een lage tunnel maken. Gebruik bogen die over een of twee bedden heen passen en ongeveer een halve tot hele meter hoog zijn. Zet ze op 2 meter afstand van elkaar over het bed heen. Daarover trek je plastic folie, die je aan de uiteinden in punten bij elkaar trekt en met een anker in de grond vastzet. Langs de zijkanten kun je de folie met zandzakken of bakstenen verzwaren.

Het voordeel van zo’n lage kas is dat je ze gemakkelijk kunt verplaatsen. In de loop van september zet je ze bijvoorbeeld over de courgetteplanten om ze tegen de eerste nachtvorst te beschermen en net wat langer courgettes te oogsten. Zijn de courgettes klaar, dan verplaats je de bogen naar de andijvie, sla of andere bladgewassen. Zo ga je verder tot in de zomer, wanneer je ze kunt gebruiken voor laag blijvende gewassen die je normaal gezien in de kas zou telen: paprika en aubergine bijvoorbeeld.

Voor de bogen kun je dunne HDPE-buizen gebruiken of metalen bogen kopen. Deze tunnels worden ook in de tuinbouw gebruikt en zijn tweedehands vrij gemakkelijk te vinden. Zonder bogen kun je ook vliesdoek gebruiken om je herfstgewassen wat langer goed te houden en tegen lichte vorst te beschermen. Je legt het direct op de gewassen. Let er wel op dat nat doek in combinatie met (lichte) vorst voor schade kan zorgen op het blad dat direct met het doek in contact is.

Klus 2: kuil je wortelgewassen in

Traditioneel worden wortelgewassen zoals winterpeen, pastinaak of biet in oktober en november ingekuild om ze tot ver in de winter te kunnen gebruiken. Je graaft dan een ondiepe kuil waarin je de wortels legt. Daarna dek je ze weer af met zand of aarde. Deze methode is niet voor iedereen ideaal. Misschien heb je problemen met ratten of muizen, zorgt de hoge grondwaterstand voor een natte kuil, of heb je simpelweg geen ruimte. Een eenvoudige oplossing is het gewas in kratten opkuilen. Draai eerst het loof van bieten, wortels of pastinaken, maar zorg ervoor dat het groeipunt intact blijft. Op die manier raakt de knol geen energie meer kwijt aan het loof, maar blijft hij wel in leven waardoor hij langer houdbaar is in het zand.

Soms gaat het loof in de winter weer uitlopen, dan kun je het er opnieuw afdraaien. Neem een krat of curverbak en leg een laag zand op de bodem. Leg er vervolgens een laag knollen op en dek weer af met zand. Herhaal dit tot de krat vol is. Enkele aandachtspunten hierbij:

  • Het zand moet vochtig zijn, maar niet nat.
  • Het zand moet de knollen volledig omsluiten. Schud tijdens het vullen af en toe met de krat, dan zal het zand alle hoeken en kieren vullen.
  • Het vocht moet weg kunnen. Laat de bovenkant van de krat open, anders kan er schimmel of rot ontstaan.

Zet de kratten op een koele en donkere plek, die toch vorstvrij is. Controleer ze regelmatig, want een rottende knol kan de rest van de voorraad besmetten.