Goed plukken is meer dan met een lichte draaibeweging een appel van de tak losmaken. Goed plukken is belangrijk voor de boom, maar ook voor een goede bewaring en kwaliteit van de oogst. Hieronder vind je de basisprincipes van goed plukken. 

Regel 1 - Oogst alleen plukrijp fruit

Plukken op het juiste tijdstip zorgt voor een goede bewaring en kwaliteit van het fruit. Pluk je te vroeg dan worden appels bij de bewaring snel rimpelig, omdat de vruchten onvoldoende voedingsstoffen opnamen. Pluk je te laat, dan wordt het fruit sneller melig en rot. Ook de smaak van vruchten wordt beïnvloed door het oogsttijdstip. Rijp fruit heeft een juiste zoet-zuurbalans.  

De oogstperiode hangt af van de fruitsoort en het ras. De kalender van Goed Geplukt geeft een mooi overzicht. Hoe meer informatie je hebt over de boom, hoe beter je kunt inschatten wanneer je kunt plukken. Toch is de exacte oogstdatum moeilijk te voorspellen. Het hangt ook af van het weer tijdens het groeiseizoen en dat is elk jaar anders. Bovendien kunnen er ook verschillen in rijpheid zijn in eenzelfde boom. De bloesems komen niet tegelijk uit en niet alle vruchten krijgen evenveel zonlicht. Bij een groot aantal rassen rijpen de vruchten gespreid af over twee of drie weken.

Bron: goedgeplukt.be

Regel 2 - Draag zorg voor boom en vrucht 

Denk bij het plukken ook altijd aan de boom. Schud of trek niet aan de takken. Je kunt zo het vruchthout, waar volgend jaar nog fruit aan komt, beschadigen.

Appels, pruimen en peren hebben een dun vel en zijn kwetsbaar. Pluk ze daarom altijd met de volle hand. Plukken doe je door de vrucht te kantelen met een zachte beweging naar boven zodat ze van de tak loskomt. Bij peren is het soms nodig dat je hierbij het steeltje vasthoudt.

Pluk je met een plukstok, probeer dan de plukbeweging na te bootsen. Hef de appel licht op en kantel zodat de steel loslaat en de appel in de plukzak valt. Het steeltje meeplukken is het best, want zo vermijd je verwonding.

Behandel de vruchten met zachtheid, want elke vorm van beschadiging heeft impact op de bewaring. Beschadigd fruit is gevoeliger voor aantasting door schimmels. Knijp niet te hard in de vrucht en laat haar niet vallen, maar rol haar in de plukzak of kist.

Regel 3 - Denk aan je eigen veiligheid en die van de ander

Pluk je een kleine hoeveelheid of van een laagstamfruitboom, dan pluk je het best van op de grond. Hooghangend fruit kun je met een plukstok plukken. Als je hoge fruitbomen plukt (half- of hoogstam), dan kan een ladder handig zijn. Sta je op een ladder, zorg er dan voor dat je altijd beide handen vrij hebt: één om te plukken en één om de ladder vast te houden. Hang plukzakken of -manden aan de ladder. Klim je een hoge ladder op, dan kun je het best met twee gaan plukken. Zo kan iemand onder aan de ladder staan en deze vasthouden zodat jij stabiel op de ladder staat. 

Regel 4 - Controleer en sorteer de vruchten tijdens het plukken

Kwetsuren hebben verschillende oorzaken. De vruchten kunnen aangevreten zijn door vogels of wespen. Ze kunnen schimmels bevatten, omdat er onvoldoende zon bij de vruchten kan. Ook een hagelbui kan een oogst toetakelen. Controleer de vruchten tijdens het plukken op onregelmatigheden. Zijn ze gekwetst, dan zijn ze niet meer geschikt voor bewaring. Sorteer de vruchten meteen. Zo loop je geen risico op beschadiging doordat je de vruchten nog moet verplaatsen.

Sorteer bij voorkeur in 3 groepen:

Gave en grote vruchten: die bewaar je het langst. De bewaartijd is afhankelijk van het ras.
Licht gekwetste vruchten: die kun je maximaal twee weken bewaren en verwerken. Je maakt ze schoon en snijd er de kwetsuren af net voor je ze eet of verwerkt. Vruchten met schurft vormen geen probleem, maar omdat ze minder mooi ogen, leg je ze bij deze groep.
Gevallen en gehavend fruit kun je niet bewaren. Je kunt het tot sap persen, pasteuriseren en er eventueel cider van maken. Stapel nooit te grote volumes vruchten in je mand, want dan dreigen ze beschadigd te geraken door het gewicht. Leg eventueel krantenpapier tussen elke laag.