In tegenstelling tot de mens en veel andere dieren kunnen planten zich tijdens de koude maanden niet zomaar naar een warmer plekje terugtrekken. Zij hebben andere trucjes om de winter door te komen. 

Bomen, heesters en groenblijvende struiken

Veel (inheemse) bomen en heesters laten hun bladeren vallen als bescherming tegen uitdroging. Bladeren verdampen immers veel water, ook in koude temperaturen. Om dat water weer aan te vullen, zou de boom water uit de grond moeten halen, maar als het water in de bodem bevroren is, kunnen de wortels het niet opnemen. Afgevallen blad laat je best ter plaatse onder de bomen en struiken liggen. Daar vormt het tijdens de winter een beschermende isolatielaag voor de wortels en allerlei beestjes, en terwijl het blad traag afbreekt komen voedingsstoffen meteen terug in omloop. 

Groenblijvende planten hebben vaak stugge, leerachtige bladeren (bv. hulst, naaldbomen), of smalle, kleine en/of behaarde blaadjes (bv. lavendel, tijm, rozemarijn). Hierdoor beperken ze in alle seizoenen hun vochtverlies en blijven ze ook in de winter fris groen.

Bescherm jonge en koudegevoelige planten met vliesdoek, stromatjes of verse dennentakken tegen uitdrogende wind.

 

Winterharde planten in potten

Vergeet niet om je wintergroene potplanten ook in de winter af en toe water te blijven geven als ze onder dak staan. Hun groen blad blijft immers water verdampen. Geef bij voorkeur ’s ochtends water om de kans op wortelschade door nachtvorst te beperken. Bladverliezende potplanten hebben minder water nodig, maar laat ook hun potaarde nooit volledig uitdrogen. Bescherm de potten en planten eventueel met dennentakken of stromatjes en hou de potgrond bedekt met een laag mulch van bladeren of stro.

 

 

Kruidachtigen

Veel kruidachtigen sterven in de herfst of winter bovengronds af. Laat hun loof ter plekke liggen als beschermende laag, net zoals de afgevallen bladeren van bomen en heesters. Als je niet wil dat de bodem tussen je kruidlaag rijker wordt, ruim je het blad in de lente op. Stop in de late zomer met het afknippen van uitgebloeide bloemhoofden. Ze vormen een mooi wintersilhouet, bieden bescherming aan insecten, en vogels kunnen er de zaadjes komen uitpikken. Knip voor de winter nooit bloemhoofden af van planten met holle stengels, anders kan er water tot onderin de plant lopen en ze doen rotten.

 

Insecten koesteren 

Of je ervan griezelt of vol verbazing staat van de veelzijdige pracht van insecten, ze spelen een onmisbare rol in je tuin-ecosysteem. Koester ze, en in ruil houden ze je tuin in een gezond evenwicht. Laat uitgebloeide bloemstengels staan tot in de lente en laat de bladeren onder bomen en struiken liggen. Je kan extra schuilplaats voorzien door snoeihout te stapelen in een takkenhoop  en te laten liggen, of je kan stapelmuurtjes maken met dakpannen en ander materiaal. 

 

 

Vogeltheater

De boeiendste winterprogramma’s spelen niet op televisie, maar in je tuin: geniet van het vrolijk gefladder van tuinvogels die in je tuin op zoek gaan naar een lekkere winterhap. Je kan ze gemakkelijk naar voedertafels lokken met allerlei gekocht vogelvoer, maar het is zo veel leuker als je je tuin voorziet van allerlei natuurlijke voedselbronnen. Laat uitgebloeide zonnebloemen zo lang mogelijk staan, eventueel met een steunstok, of hang de bloemhoofden met touwtjes aan boomtakken. De bessen van wilde wingerd, dwergmispel, hulst en lijsterbes zijn vitaminerijke lekkernijen voor merels, lijsters, vinken, … Stel snoeien daarom zo lang mogelijk uit tot alle bessen verorberd zijn. Knip in de herfst ook niet alle uitgebloeide rozen uit je struiken, zodat ze nog lekkere rozenbottels kunnen vormen. Deugnieten zoals merels hebben daarnaast ook grote pret om tussen de bladeren die je onder je struiken en bomen liet liggen naar insecten te zoeken.

 

Tekst: Jana van Butsel voor Velt

Foto's: Unsplash