Het is weer die tijd van het jaar. Kleurrijke dagvlinders fladderen door onze tuinen op zonnige zomerdagen. Ga eens wat dichterbij en aanschouw hun schilderachtige vleugels. Niet voor niets worden ze ook wel ‘vliegende bloemen’ of ‘vliegende juwelen’ genoemd. Hieronder maak je kennis met 4 veel voorkomende dagvlinders in je tuin. Daarbovenop krijg je enkele tips hoe je ze naar je tuin kan lokken.

1) Atalanta

De atalanta is heel makkelijk herkenbaar. Atalanta’s waren vroeger het schoolvoorbeeld van trekvlinders. De atalanta’s kwamen vanuit het zuiden massaal aangevlogen naar onze streken in het voorjaar om zich voor te planten. In het najaar vlogen ze samen met hun nakomelingen terug naar het zuiden. Door de warmere winters de laatste jaren blijven heel wat atalanta’s hier overwinteren.

Atalanta’s smullen graag van rottend fruit. Heb je een fruitboom in je tuin? Laat dan zeker het rottend fruit liggen. Heb je er geen? Waarom niet overwegen om één aan te planten? Voor de voortplanting leggen atalanta’s hun eitjes op brandnetel. Voorzie dus een ruig hoekje in de tuin waar brandnetel vrij mag groeien.

 

2) Bruin zandoogje

Het bruin zandoogje is te herkennen aan de kenmerkende ‘oogvlek’ in de punt van de vleugel. Het bruin zandoogje legt haar eitjes op verschillende soorten gras. Laat dus een stuk gras van je gazon ongemaaid tot midden juni of eind augustus. Zo krijgen de rupsen de tijd om te volgroeien tot vlinder.

Zoals de meeste dagvlinders is de belangrijkste voedselbron van het bruine zandoogje nectar. Voorzie dus een zolang mogelijke bloei doorheen het jaar van nectarrijke planten in je tuin zoals voorjaarsbloeiende bloembollen, damastbloem, beemdkroon, dropplant, … Op zoek naar een geschikte plant voor jou tuin? Kijk dan in onze plantenzoeker.

3) Dagpauwoog

De dagpauwoog is misschien wel de overvloedigst gekleurde dagvlinder uit onze tuinen. Met de prachtige hemelblauwe oogvlekken is de vlinder makkelijk te herkennen. Overwinteren doet de dagpauwoog graag op een koele, beschutte plek. Beschutte plekjes kan je voorzien in je tuin door bijvoorbeeld in de winter de afgestorven vegetatie te laten staan of door een takkenstapel aan te leggen.

 

 

4) Gehakkelde aurelia

De gehakkelde aurelia dankt haar naam aan de ‘gehakkelde’ of gekartelde vorm van haar vleugels. De rupsen leven aan de bovenkant van bladeren en zijn daarom goed gecamoufleerd. Met hun zwart-witte kleur lijken ze sterk op vogeluitwerpselen. Zo zijn ze beschermd tegen hun belagers.

Om hun territorium te verdedigen, zitten gehakkelde aurelia’s op zonnige uitkijkplekjes in struiken of bomen. Overweeg dus om een boom of struik aan te planten. Daarbovenop kan je kiezen voor een struik of boom die ook veel nectar biedt aan de vlinders zoals bijvoorbeeld de Gelderse roos, het peperboompje, sporkehout of een wilg. Ook beschutte windvrije plekjes creëren in je tuin door bijvoorbeeld een klimplant op je schutting te laten groeien wordt in dank afgenomen door de vlinders.