Heb je altijd al je eigen moestuin willen hebben? Laat je niet langer tegenhouden. Wij begeleiden je alvast met de eerste stapjes van het ecologisch tuinieren. Laten we beginnen met de inrichting van je moestuin.

Het belangrijkste bij tuinieren is dat je een stukje grond hebt. Als je begint hoeft dat niet eens heel groot te zijn. Een moestuin van 30 m², van bijvoorbeeld 4 meter breed bij 7,5 meter lang, volstaat al. Als je dat ter beschikking hebt, kun je aan de inrichting beginnen.

Inrichting

Voor de inrichting kies je het beste een zonnig plekje in je tuin: liefst op het zuiden, eventueel het zuidwesten. Een eerste vereiste is een hoofdpad van 70 cm breed dat over de hele lengte van de moestuin loopt. Omdat onze moestuin ‘maar’ 4 meter breed is, leg je het pad het best aan de zijkant. Als een van de zijkanten van je moestuin voor een groot deel van de dag in de schaduw ligt, is dat de ideale plek.

Heb je een zwaardere of natte grond, dan is het geen slecht idee om je grond te bedekken. Dat kun je doen met houdsnippers. Die moet je wel regelmatig aanvullen. Grind of losse steentjes gebruik je beter niet. Dat materiaal verspreidt zich makkelijk in de tuin waardoor je pad meteen weer zanderig of zelfs modderig is.

Begrenzing

Meestal zet je de groenterijen loodrecht op het tuinpad, al hoeft dat niet per se. Zorg er wel voor dat je zelf goed weet waar het ene perceel eindigt en het andere begint. Als je de grenzen wilt laten kronkelen, kun je overlevende kruiden of bloemen als begrazing aanplanten.

Bloemen die je daarvoor kunt gebruiken, zijn onder meer het hoornviooltje, vrouwenmantel of niet woekerende geranium. Kruiden als citroenmelisse of munt zijn geen goed plan. Die palmen binnen de kortste keren je ruimte in.

Opdeling en beschutting

Als de begrenzing klaar is, kun je je groentetuin in percelen opdelen. Alle percelen moeten dezelfde grootte hebben. Dat is belangrijk omdat je je groenten elk jaar een perceel opschuift. Concreet: de 7,5 meter lengte wordt opgedeeld in 6 percelen van telkens 110 centimeter breed met een paadje van 15 tot 20 centimeter ertussen. Op die manier kun je overal makkelijk aan.

Verder is het in een ecologische moestuin belangrijk dat er hagen zijn die je tuin beschutten. Zo creëer je een geschikt microklimaat. In het noorden plaats je het best een scherm van 2 meter. De zon komt er toch niet en de koude noordenwind houd je lekker buiten spel. Oostenwind is er niet vaak. Als hij er toch is, brengt hij in de winter meestal koude lucht mee en in het voorjaar droge lucht. Wat dacht je van een struikenrij met rode en witte bessen? Daarvoor reken je wel een breedte van ongeveer 1 meter.

De zuidkant mag je – in tegenstelling tot het noorden en het oosten – volledig open houden om zoveel mogelijk zonlicht te benutten. Vanuit het westen komen tot slot wind en regen, maar zelden echte koude. Tegen een storm is in een open landschap dan ook een haag van sterke, windbestendige struiken aan te raden.

Ziezo, met deze moestuintips kun je de eerste stappen makkelijk zetten. Nu nog de groenten kiezen.


Op zoek naar meer tips? Dan is het Velt-boek Ecologisch tuinieren voor beginners zeker iets voor jou!