De aanhoudende regen zorgt ook in de moestuin voor problemen. Tomaten, aardappelen, courgettes, druiven en meer zien af van het vele vocht. Wat kan je doen?

Aardappelen en tomaten

Heb je aardappel- of tomatenplanten in de moestuin, dan merkte je het waarschijnlijk al: de bladeren worden bruin, sterven af en al gauw zijn ook de plant zelf én de tomaten aan de beurt. Hier is een heel hardnekkige en schadelijke pseudoschimmel aan het werk: Phytophthora infestans

Wat zijn doeltreffende maatregelen?

  • Plant resistente aardappel- en tomatenrassen: Sarpo Mira, Bionica, Toluca, Carolus of Connect (aardappelen) - Resibella of Defiant F1 (tomaten).
  • Houd je tomaten droog - in een serre, of zet een dakje boven je buitentomaten.
  • Versterk je planten door om de paar weken met basalt- of lavameel te stuiven of door heermoesaftreksel te spuiten.
  • Zorg voor ruime plantafstanden: zo kan het loof tijdig opdrogen.
  • Geef je aardappelen en tomaten niet te veel stikstof, want dat geeft veel en teer blad.
  • Kweek verschillende rassen (naast mekaar): zo spreid je je kansen op een goede oogst.

Wat met aangetast loof van aardappelen of tomaten?

  • De sporen van de pseudoschimmel zijn minuscuul, vederlicht en zitten dus overal. Je verspreidt de sporen zelfs nog door het loof te verplaatsen.
  • Je kan het loof dus best meegeven met de groenophaling (vb. compostbak of recyclagecentrum). Composteer je het thuis zorg dan zeker voor een goede compostering, met temperaturen boven 60° Celsius..

Enkele voorbijgestreefde maatregelen:

  •  Aardappelloof opstoken is nutteloos en ook nog slecht voor de luchtkwaliteit. 
  • Tagetes werken enkel tegen aaltjes.
  • Het koperdraadje dat sommige tuiniers vroeger dwars door hun tomatenstengels staken, werkt eigenlijk niet.

Ontdek meer preventieve maatregelen tegen de aardappel- en tomatenziekte.

Echte meeldauw

Nu het natte, koude weer blijft aanhouden, krijgen zuiderse groenten als courgettes, komkommers, pompoenen en druiven af te rekenen met de witziekte, ook echte meeldauw genoemd. Echte meeldauw is een veelvoorkomende schimmelaantasting die door enkele verwante schimmelsoorten veroorzaakt wordt. Een kleine aantasting op een verder gezonde plant is vaak niet erg, maar toch kan je een aantasting beter voorkomen dan genezen.

Meeldauw verspreidt zich op en tussen planten via de sporen die door de wind en dieren verspreid worden. De schimmel overwintert op afgestorven plantendelen .Op de bovenkant van de bladeren ontstaan witte, wollige vlekjes. Bij warm en vochtig weer geraakt het blad snel met een meelachtig laagje overdekt. De schimmel trekt het vocht uit de bladeren, waardoor het blad bruin kleurt en verdroogt.

Wat kan je doen?

  • Plantenaftreksels: je kan zelf eenvoudig aftreksels van bepaalde planten maken. Vooral heermoes zou goed werken. Handleidingen en tips vind je op www.velt.nu/plantenaftreksels. Bij regelmatig gebruik helpen aftreksels om een aantasting te voorkomen, maar ze kunnen ook helpen een lichte aantasting te bestrijden of af te remmen.
  • Biologische bestrijdingsmiddelen uit de handel: deze zijn vaak gebaseerd op de extracten van de planten waarvan je hierboven de handleiding vindt om zelf aftreksels te maken. Spuitzwavel staat ook bij de biologische middelen, maar dit is in de siertuin/ecotuin af te raden omdat het behalve voor schimmels ook schadelijk is voor nuttige helpers in je tuin zoals sluipwespen, bepaalde roofwantsen, zweefvliegen, lieveheersbeestjes en gaasvliegen.
  • Aangetaste delen: verwijder (snijden, niet trekken) aangetaste bladeren en twijgen en composteer ze in een goed werkende (hete) composthoop of geef ze mee met de groenophaling. Hoewel een kleine aantasting niet erg hoeft te zijn, doe je dit beter vanaf een vroeg stadium om verdere verspreiding af te remmen.

Preventieve maatregelen:

  • Standplaats: verzeker je ervan dat de plant op een voor haar geschikte plaats staat. De voorkeuren van veel planten vind je in onze plantenzoeker. Staat de plant niet op de geschikte plaats, dan kun je hem beter vervangen door eentje die daar wel goed zal gedijen.
  • Soortkeuze: sommige planten zijn gevoeliger voor meeldauw dan andere en ontsnappen er nauwelijks aan. Soorten uit de ruwbladigenfamilie (Boraginaceae) krijgen bijvoorbeeld gemakkelijk te maken met meeldauw (bv. gevlekt longkruid, vergeet-me-nietje, bernagie, smeerwortel), maar ook kamperfoelie en bepaalde rozen.
  • Luchtcirculatie: zet meeldauwgevoelige planten op een luchtige plek zodat bladeren sneller kunnen opdrogen na regen. Een plant in een hoek of naast een windluwe schutting kan gemakkelijker last krijgen van schimmelaantastingen. Een te dichte beplanting kun je wat luchtiger snoeien.
  • Niet bemesten: bemesting zorgt voor een overdaad aan stikstof en dat geeft groter maar zwakker blad. Hou het bij een natuurlijke strooisellaag van afgevallen bladeren en snoeiresten die ter plekke door het bodemleven afgebroken worden.
  • Water: geef bij aanhoudend droog weer enkel aan de voet water, nooit op de bladeren. Sierplanten in volle grond geef je best geen water, hun wortels moeten er zelf naar op zoek gaan. Jonge aanplant van houtige gewassen kan je wel door hun eerste droge lente of zomer helpen door af en toe een grotere hoeveelheid water te geven (beter 1x per week dan iedere dag een beetje)
  • Plantenaftreksels: zie hierboven.

Meer weten over ecologisch moestuinieren?

Ontdek de publicaties van Velt:

Handboek ecologisch tuinierenEcologisch tuinieren voor beginners

Waarom geen lid van Velt worden? Voor slechts 35 euro ontvang je 6 keer per jaar krijg je ons ledentijdschrift Seizoenen en geniet je van tal van andere voordelen. Ontdek het hier.