‘Agro-ecologie is op macroniveau kijken naar landbouw en voedsel’, zegt milieusocioloog en landbouwingenieur Pierre Stassart. ‘En daarin speelt consumptie een belangrijke rol. Vergelijk het met de energieproblematiek. Men heeft ingezien dat het vervangen van fossiele energiebronnen door hernieuwbare energie niet volstaat om de uitputting van energiebronnen tegen te houden. Met technische ingrepen (bijvoorbeeld het plaatsen van meer zonnepanelen) gaan we het slechts halen als tegelijkertijd het energieverbruik daalt. Daarom is het nodig om de consument op te nemen in het systeemdenken over energie.’

'Hetzelfde kun je zeggen over de voedselvoorziening: op een duurzame manier voedsel produceren is goed en nodig, maar het volstaat niet. Er is een groeiend besef dat de voedselconsumptie omlaag moet, bijvoorbeeld door overconsumptie en verspilling tegen te gaan. Dat kan alleen door consumenten te zien als belangrijke spelers in het voedselsysteem. Agro-ecologie is dus: systeemdenken over landbouw en voedsel, met wetenschappers, producenten, consumenten en sociale bewegingen.’

Welke rol is er voor organisaties als Velt?

‘Een grote, want concrete, praktische ervaringen zijn de enige echte manier om consumenten in het voedselsysteem te betrekken, om hen er terug een plaats in te geven. Een deel van de consumenten is daar vragende partij voor. Er is immers een gevoel van vervreemding ontstaan doordat veel voedingsmiddelen in feite industriële producten geworden zijn. Mensen voelen dat daar iets aan schort en zoeken terug meer connectie met voedsel.’

‘Organisaties als Velt zijn nodig om mogelijkheden te scheppen voor die ‘reconnectie’. Zo zie ik verschillende thema’s die momenteel sterk leven, waaronder de zorg om zaaigoed en de zorg om de levende bodem. In Wallonië zie ik veel boeren die aan “bodemconserverende landbouw” doen, ze ploegen hun velden niet. Het gaat om grote bedrijven met 200 à 300 ha, die in hun productiemethodes richting agro-ecologie evolueren, maar niet aan de consumentenkant: ze proberen aan concurrentiële prijzen te produceren voor de wereldmarkt. Er zijn ook hobbytuiniers die alternatieven ontwikkelen voor bodembewerking. Ik kan me inbeelden dat die tuiniers en boeren hun kennis gaan uitwisselen, om zo samen te werken aan agro-ecologie in hun streek.’

Hoe verhoudt agro-ecologie zich tot de biologische landbouw? Die lijkt ons toch veel tastbaarder en zichtbaarder dan agro-ecologie?

‘Bio is een norm verbonden aan producten, agro-ecologie niet. Maar dat is net een voordeel. Want doordat het een beetje vaag is, is agro-ecologie in staat om verschillende zaken samen te brengen onder één paraplu. Bio, permacultuur, agroforestry, het ecologisch tuinieren van Velt,... dat zijn allemaal modellen om op een andere manier aan landbouw te doen en erover te denken. Ze bouwen de landbouw- en voedselkennis anders op dan we dat de laatste honderd jaar deden aan de landbouwfaculteiten. Die modellen hebben een heel aantal agro-ecologische principes gemeen, bijvoorbeeld het sluiten van de nutriëntencirkel door compostering, mulching etc., maar toch heeft elk model zijn eigen visie en kennis.’

‘Ik vind dat we de ambitie moeten hebben die kennis uit te wisselen, tussen de modellen maar ook met onderzoekers en met sociale bewegingen. Via het systeemdenken van agro-ecologie is dat perfect mogelijk. Doordat het een norm is, leidt biologische landbouw tot zekerheid en stabiliteit. De teelttechnische vereisten zijn gedetailleerd uitgewerkt en dat geheel is vertaald in wetgeving, met lastenboeken en certificering. Dat is nuttig en nodig om biologische producten vlot op de markt te kunnen brengen. De keerzijde van de medaille is dat de normering strikt is en niet altijd aansluit bij de specifieke verwachtingen van sommige boeren en consumenten. Een mooi voorbeeld hiervan is het netwerk Les Grosses Légumes in de Gaume in het zuiden van België, waar de producenten en consumenten samen een certificering opzetten voor de korte keten. Zo hebben ze de discussie over ecologische kwaliteit zelf in handen.’

Agro-ecologie krijgt almaar meer aandacht, maar is het niet een weinig sexy concept?

‘Ik wil dat tegenspreken, als we agro-ecologie vertalen in sprekende voorbeelden, dan wordt het heel aantrekkelijk: boerenzaadgoed, de levende bodem, de bloeiende weiden... daar wordt gezamenlijk aan gewerkt, de resultaten mogen er zijn en dat maakt agro-ecologie zichtbaar. En dan zwijg ik nog over crisissituaties zoals in Griekenland, waar er door de crisis een terugkeer naar het platteland plaatsvindt.’

Voedsel Anders in Vlaanderen en Nederland

Voedsel Anders is een groeiende beweging van organisaties die pleiten voor een transitie naar agro-ecologie. Ook Velt ondersteunt dit project. 'Ecologisch tuinieren is eigenlijk agro-ecologie in het klein', zegt Velt-directeur Jan Vannoppen. 'Een ecologische tuin houdt immers rekening met de menselijke wensen en behoeften en draagt bij aan natuur, landschap en milieu. Door ecologisch te koken en te kopen (vaak rechtstreeks bij de bioproducent) tonen onze leden dat het echt mogelijk is: gezond en lekker eten, solidair met de boeren, en zonder een grote ecologische voetafdruk achter te laten.'


Foto's: Frank Toussaint en Swa De Heel