Op 20 maart geeft Dave Goulson, professor Biologie uit Sussex (Groot-Brittannië) speciaal voor Velt een online lezing. Het onderwerp: insecten en alles wat ermee te maken heeft. ‘We kunnen niet zonder die kriebelbeestjes’, zegt de professor. Wij strikten hem nu al voor een interview over die beestjes, biodiversiteit en de pandemie.

Wanneer heb je de ‘insectenmicrobe’ te pakken gekregen?

‘Toen ik eind de twintig was. Ik had een job bij de universiteit en daar raakte ik echt gefascineerd. Al was ik er als tienjarige al mee bezig. In de tuin van mijn ouders had ik een hoekje en daar maakte ik een insectentuin van, met een vijvertje, een bloembed en een bijenhotel. Vaak ebt de interesse voor insecten met de jaren weg en slaat die zelfs om in angst en afkeer. Dat is jammer, want het zijn ontzettend nuttige beestjes.’
 

Waarom zijn insecten zo belangrijk?

‘Wil je een lang of een kort antwoord? (lacht) Ongeveer twee derde van de diersoorten op aarde bestaat uit insecten. Ze zijn een bron van voedsel voor heel veel andere diersoorten, zoals vogels en vissen. Ze zijn betrokken bij alle ecologische processen die je maar kunt bedenken. Ze houden plagen onder controle, recyclen dode bomen en dieren en houden de bodem gezond. En niet onbelangrijk: ze zorgen voor bestuiving. Zonder hen geen eten voor ons. Er is dus een heel egoïstische reden om insecten te beschermen.’
 

Hoe staat het met de biodiversiteit van onze tuinen?

‘Het kan hoe dan ook beter. Tuinen hebben namelijk veel potentieel. Een fanatieke vrouw uit Leicester bewijst dat. Haar kleine stadstuintje telt zo’n 2700 soorten, waarvan 2000 insecten. Geweldig toch? Het is ook niet zo moeilijk om meer biodiversiteit in je tuin te creëren. Om te beginnen kun je bloemen zaaien of planten. Kies voor enkelvoudige bloemen. Geen theerozen bijvoorbeeld. Zij hebben wel grote bloemen, maar de stamper en meeldraden zijn vervangen door blaadjes, dus die leveren niet veel voedsel voor insecten en bijen. En bovenal: gebruik geen pesticiden. Die zijn overbodig én schadelijk.”
 

Welke invloed hebben pesticiden precies?

‘Insecticiden zijn vaak neurotoxisch, wat betekent dat ze het zenuwstelsel beschadigen. Van herbiciden is bekend dat ze potentieel kankerverwekkend zijn. En het kan anders. In steden als Toronto en Parijs gebruiken ze bijvoorbeeld helemaal geen pesticiden. Voor de tuin is dat ook niet nodig. Als er een uitbraak van bladluizen is, kun je er zeker van zijn dat een leger van verdedigers – denk maar aan lieveheersbeestjes, oorwormen en kevers – het komt oplossen. En als het eens niet lukt, is dat ook geen ramp.’
 

Het zijn bizarre tijden. Denk je dat mensen daardoor bewuster zijn gaan leven en meer met hun omgeving bezig zijn?

‘Ik heb zeker wel die indruk. Op sociale media meenden heel wat mensen dit jaar meer insecten te hebben gezien. De vraag is natuurlijk of dat komt door minder vervuiling of omdat mensen gewoon meer tijd hebben om om zich heen te kijken. Deze periode heeft in ieder geval aangetoond dat we dingen kunnen veranderen als we dat echt willen. Zo zijn er veel meer mensen die tegenwoordig hun eigen voedsel kweken in de tuin. Corona is momenteel zeker een big issue. Het heeft immers heel wat leed en verdriet veroorzaakt. Ik wil het dus zeker niet afdoen alsof het niets is. Maar de klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit zijn zoveel dodelijker. Als we niet ingrijpen, dreigt een catastrofe. Miljarden mensen zullen doodgaan als we de rotzooi die we van onze planeet maken niet aanpakken.’