De eerste bloesems hangen al aan de bomen, maar de komende nachten daalt de temperatuur onder het vriespunt. De kans bestaat dat ze daardoor vorstschade oplopen met een verminderde vruchtzetting en kleinere fruitoogst tot gevolg. Leer hier hoe je ze het beste beschermt.

Het juiste ras op de juiste plaats

Een eerste manier om problemen met nachtvorst te vermijden, is door het juiste ras op de juiste standplaats te zetten. Kies een ras dat weinig gevoelig is aan lage temperaturen tijdens en kort na de bloei. Overweeg om late bloeiers te planten, want die hebben het minst kans op schade door nachtvorst. Als eerst bloeien abrikozen, pruimen, kersen en perziken. Schade door lentevorst zal daar sneller optreden dan bij appel en peer. Vorstgevoelige rassen zoals perzik plant je het best tegen een zuidmuur. Ze slaan overdag zonnewarmte op die ze ’s nachts weer afgeven.

Heb je een helling in je tuin? Plant dan de vroegste rassen bovenaan de helling. Koudere lucht is zwaarder dan warme, dus stroomt de koudste lucht altijd naar de laagst gelegen plek waar die blijft hangen.

Uit noordoostenwind

Koude wind komt vaak uit het noordoosten. Je kunt daarom een windscherm in het noordoosten plaatsen om je fruitboom tegen de koude wind te beschermen. Een windschutting in het zuidwesten plaatsen als er in het noordoosten geen schutting is, is dan weer geen goed idee. Dan kan de noordoosten wind niet wegstromen en blijft hij rond de fruitboom hangen.

Sla warmte op

Wordt het overdag heel zonnig? Dan is het een kwestie om zoveel mogelijk warmte in de grond op te slaan zodat die ’s nachts uitstraalt en de bloesems wat opwarmt. Dat doe je eerst en vooral door de bodem onder de fruitboom onbedekt en zwart te laten. Verwijder ook mulch of ondergroei indien nodig, zo neemt de bodem het meest warmte op.

Door het bodemoppervlak vrij te houden, kun je de temperatuur voor de bloesems ‘s nachts anderhalf tot drie graden laten stijgen. Een bodem neemt ook beter warmte op als hij nat is. Maak je bodem dus nat in een periode met koude lentenachten.

Inpakken

Kleine pas geplante boompjes zijn ook gevoelig voor de nachtvorst. Die kun je bij een koude lentenacht inpakken met enkele lagen vliesdoek. Haal het doek weer weg zodra het stopt met vriezen, anders wordt het binnen warm en vochtig en trek je schimmels aan.

 

Foto's: Jolijn Degrande